|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 65
"Wee u, Vianen," roept zij met fonkelende oogen uit, "wee u,
onbarmhartige, zoo gij een haar op zijn hoofd durft krenken, dan zal
het zijn oog om oog en tand om tand! Dan zal uw kind boeten voor de
wreedheid van den vader!"
Daar treft een zacht geluid haar oor. 't Is eene kinderstem, die zich
laat hooren.
Bertha komt tot bedaren. Hare dreigende vuist valt langs haar lichaam
neder, en de toornige uitdrukking op haar gelaat verdwijnt.
Haastig treedt zij ter zijde en schuift een tapijt weg. Daar, op
een kostbaar rustbed, ligt een knaapje. 't Is Vianens kind. Het
slaapt onrustig en droomt. "Moeder, lieve Moeder!" hoort Bertha het
fluisteren, "ach, laat mij weer bij u komen; ik verlang zoo naar u."
Opnieuw springen Bertha de tranen in de oogen, en zich over het
knaapje buigende, kust zij het zacht op de fluisterende lipjes.
"Arm kind," mompelt zij, "heen, ik zal geen kwaad met kwaad
vergelden. Wat uw vader ook doen moge, ik zal u ongedeerd
teruggeven. Misschien--misschien verteedert dat het hart van
mijn wreeden vijand. Wees maar stil, lief kind, niemand zal u leed
doen. Spoedig zult ge terugkeeren in de armen uwer liefhebbende
moeder. Schrei maar niet."
Zacht laat Bertha het tapijt weer vallen. Zij droogt hare tranen en
begeeft zich naar buiten, om hare getrouwen te bezoeken.
Ook Peer bevindt zich nog in het land der levenden, waartoe zijne
vreesachtigheid, die hem steeds de veiligste plaatsen deed opzoeken,
niet weinig heeft bijgedragen. Hij heeft op dit oogenblik de wacht
voor een der kijkgaten, vanwaar hij de bewegingen van den vijand
gade moet slaan. Mocht deze iets buitengewoons in zijn schild voeren,
dan is hem opgedragen, dat dadelijk aan Jonker Jan te gaan melden. Een
gewichtige post is het niet, maar de voorzichtige schildknaap durft hem
voor iets beters niet gebruiken. Hij vertrouwt hem niet. Toch moet Peer
op zijn tijd even goed als de anderen de wacht houden, en daarom wordt
hem gewoonlijk iets opgedragen, waarbij hij niet veel kwaad kan doen.
En toch, zoo Jonker Jan in Peers gedachten had kunnen lezen,
ongetwijfeld zou hij hem zelfs dezen lichten post niet hebben
toevertrouwd.
Want Peer denkt aan verraad.
Met angst en beving heeft hij het aantal wakkere mannen voortdurend
zien verminderen, en hoorbaar waren de zuchten, die hij slaakte bij
elke begrafenis, welke onder de groote lindeboomen plaats had.
Eene siddering greep hem aan, als hij aan den naderenden val van
IJselstein dacht. Zijne keel werd hem toegenepen van angst, als hij
dacht aan het oogenblik, waarop hij in de handen van Vianen zou vallen,
want, hij wist het, zijn lof zou dan vreeselijk zijn. De grootste
martelingen zouden hem niet gespaard worden en het einde zou een
ellendige dood zijn. Ja, als Peer daaraan dacht, sidderde hij over
zijn geheele lichaam en wrong hij in den hevigsten angst de handen.
Er was nog maar ��n redmiddel over, en dat middel was --
verraad. Onophoudelijk tuurde hij naar buiten, en zijne oogen werden
moe van het staren in de duisternis. Maar hem, dien hij zoo ontzettend
vreesde en naar wien hij toch met zooveel angstige spanning uitzag,
hem ontdekte hij niet. Vianen kwam niet onder het bereik van zijne
stem. En toch moest Peer hem spreken--zijn leven hing er van
af. Hij stond op en verwijderde zich haastig. Spoedig kwam hij terug
met een touw en een witten doek. Hij bond dien aan het touw vast en
wierp hem het kijkgat uit. Toen bewoog hij hem op en neer, in de hoop,
zoo de aandacht van den vijand te trekken.
Ha, daar kwam iemand. 't Zou gelukken ....
"Wie daar?" hoorde hij zacht roepen.
"Dat doet er niet toe," antwoordde Peer. "Ik wensch den Heer van Vianen
te spreken. Misschien kan ik hem van dienst zijn. Ga hem roepen."
De man verwijderde zich en Peer haalde den doek, die hem verraden kon,
snel naar binnen. Hij wachtte in de hevigste spanning. Daar hoorde
hij weer iemand. Zou het Vianen zijn?
Previous Page
| Next Page
|
|