|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 63
"Zijt gij Heer Gijsbrecht van IJselstein?" vroeg de oude minstreel
haperend en ongeloovig.
"Ja, die ben ik. Maar gij, wie zijt gij?"
Plotseling trad de grijsaard op hem toe en sloeg hem de armen om den
hals. Snikkende borg hij het hoofd aan Gijsbrechts borst.
"Arme, ongelukkige Heer!" fluisterde hij. "Ik ben het, ik, Fulco,
uw dienaar. Ik kom u redden!"
Maar Gijsbrecht trad achteruit.
"Bedrieg mij niet, bedrieg mij niet, " smeekte hij. "O, vlei mij niet
met iets, dat onmogelijk is. Gij, zijt gij Fulco?"
Weer kwam de grijsaard naderbij. Hij zette de muts, die zijne zilveren
haren bedekte, af, en trok zich de grijze pruik van het hoofd. Daar
ontviel hem ook de lange baard, en nu zag Gijsbrecht zijn trouwen
Fulco voor zich, met oogen, die door hunne tranen heen nog glinsterden
van vreugde.
"Mijn God!" stamelde Gijsbrecht met gevouwen handen. "Mijn goede,
trouwe, beste Fulco! O, wat ben ik dankbaar, en zeg, zeg mij, hoe
het met Bertha is, mijne lieve Vrouwe?"
"Straks, Heer, straks zal ik u alles vertellen, maar laten wij ons
eerst in veiligheid brengen. Hier, doe dien baard aan, .... goed zoo,
-- nu die pruik op,--prachtig,--hier is de muts, en nu nog
mijn mantel,--mooi, en nu vooruit! Blaas het licht uit, Wolf,
het mocht ons verraden, en gaat gijlieden vooruit! Wij volgen. Wat
er nu ook moge komen of gebeuren, Heer, gij loopt door. Ieder zal u
voor den minstreel aanzien, die dezen avond voor de gasten gezongen
heeft. Wacht, laat ik u bij den arm houden, 't is pikdonker. Goed zoo,
langzaam verder, jongens, en geen geritsel! Ha, zijt ge daar aan de
trap? Mooi, nu opgepast, hoor! Langzaam naar boven!"
Daar kwamen zij weer in de kamer, waar zij Coenraad hadden
achtergelaten. In de verre hoorden zij nog het gejuich van de ridders
in de burchtzaal. 't Scheen er daar woest naar toe te gaan, aan het
gedruisch te hooren. Behoedzaam openden zij de deur en bestegen de
trap naar boven. Nu kwamen zij langs het vertrek, waar de bedienden
nog op den grond lagen te ronken. Zij gingen zonder leven te maken
verder en kwamen aan de deur, die naar buiten voerde. Fulco opende
die. Nu waren zij buiten; zij waren gered. Neen, toch niet: daar
stond een wachter aan de brug.
"Wie daar?" riep deze.
"De minstreel en zijne dienaren!" riep Fulco. "Heer Aloud gelast u
ons door te laten."
Maar de wachter was voorzichtig. Hij kwam naderbij en beschouwde hen
met aandacht. Bevend van angst, dat hij Gijsbrecht zou ontdekken, hield
Fulco de hand aan zijn zwaard, met het stellige voornemen, den man voor
eeuwig het zwijgen op te leggen, zoo hij gerucht maakte. Gelukkig was
zulk een krachtige maatregel niet noodig. De wachter bemerkte niets
van het bedrog. Het waren immers dezelfde menschen, die hij eenige
uren geleden had binnengelaten?
"'t Is in orde; gij kunt gaan," sprak hij.
En zij gingen, onder het slaken van een zucht van verlichting. Haastig
zochten zij nu de plaats op, waar eene boot gereed lag, om hen naar
de overzijde van de stadsgracht te brengen. Daar stonden paarden
gereed. Met tranen in de oogen besteeg Gijsbrecht zijn geliefden
schimmel.
"Vooruit, beestjes!" riep Fulco, terwijl ook hem tranen van blijdschap
en dankbaarheid langs de wangen vloeiden. "Vooruit, naar het slot
te Heukelom!"
Geroerd vouwde Gijsbrecht de handen en dankbaar sloeg hij de oogen
ten hemel. Toen greep hij Fulco's hand, en zeide:
"Goede, trouwe Fulco, hoe zal ik u ooit genoeg kunnen danken! O,
Fulco, Fulco, wat ben ik gelukkig!" En zich voorover bukkende, kuste
hij zijn paard den blanken hals.
Previous Page
| Next Page
|
|