Fulco de Minstreel: Een historisch verhaal uit den tijd van Graaf Jan I voor jongelieden by Kieviet


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 54

Doch zijn geduld werd op eene zware proef gesteld, want het eene
uur na het andere ging voorbij, en nog altoos sliep Coenraad
niet. Onophoudelijk hoorde Fulco hem kreunen van de pijn. Maar hij
verloor zijn geduld niet. Roerloos lag hij op zijne legerstede en
door eene rustige en diepe ademhaling trachtte hij Coenraad in den
waan te brengen, dat hij sliep.

Eindelijk werd zijn kamergenoot rustiger en korten tijd daarna scheen
het Fulco toe, dat hij sliep. Ja, zijne ademhaling werd meer en meer
hoorbaar en ging eindelijk over in een luid gesnork.

Fulco wachtte nog wel een half uur, en bemerkte tot zijne groote
vreugde, dat Coenraad rustig bleef doorslapen.

"Nu of nooit!" mompelde hij zacht. "De sleutels heeft hij bij zich op
bed genomen, als ik goed gezien heb. Het zal niet gemakkelijk gaan,
om ze in handen te krijgen, doch die niet waagt, wint ook niet."

Voorzichtig richtte hij zich op. Gelukkig, het ledekant kraakte
niet. Nu wachtte hij weer eenigen tijd en hield zijne oogen
onafgebroken op de plaats gericht, waar Coenraad lag. Het was donker
in het vertrek, zoodat hij hem niet zien kon. Doch aan zijne rustige
ademhaling bemerkte hij, dat hij sliep. Zoo langzaam mogelijk liet
Fulco zich nu van het bed afglijden, dat hem gelukte zonder eenig
gedruisch gemaakt te hebben. Weer hield hij zich een oogenblik stil
om te luisteren. Coenraad sliep rustig door. Hij begon zelfs hardop
te droomen, waarvan Fulco niet weinig schrikte.

Onhoorbaar plaatste hij nu zijn ��ne been vooruit .... Coenraad snorkte
door.., nu zijn andere... "krits!" ... daar stootte hij zacht tegen de
mars aan, die hij tegen de tafel geplaatst had. Veel gedruisch maakte
het niet, maar toch genoeg om onmiddellijk aan het luide gesnork van
Coenraad een einde te maken. Fulco voelde, dat hij doodsbleek werd.

"O God, zou het mislukken?" mompelde hij onhoorbaar. Doodstil bleef
hij staan. Zou Coenraad wakker zijn? Hij luisterde. Neen, het scheen,
dat hij sliep, althans zijne ademhaling was diep en zwaar. Maar
snorken en droomen deed hij niet meer.

Fulco wachtte wel een kwartier lang. Toen ging hij zacht met ��n
been weer eene schrede verder. Even later verplaatste hij zijn andere
been. Toen bleef hij weer eenige minuten staan. Alles bleef stil. Hij
hoorde niets dan de ademhaling van Coenraad. Zacht strekte hij zijn
arm uit om te onderzoeken, of hij diens bed al genaderd was. Ja,
nog ��ne schrede, en hij had zijn doel bereikt. Voorzichtig sloop
hij verder. Hij boog zich een weinig voorover, zoodat hij Coenraads
adem in zijn gelaat voelde. Waar zouden de sleutels zijn? Onder
zijn hoofdkussen? Waarschijnlijk wel. Hij strekte zonder het minste
geruisch opnieuw zijn arm uit. Zijn hart klopte hem onstuimig in de
borst. Zou het gelukken?

Hij voelde de sleutels niet. Ja toch, daar lag iets kouds. Dat moesten
ze zijn. Ha, daar...

Doch plotseling slaakte hij een kreet van schrik, want onverwachts
richtte Coenraad zich op en greep hem met beide handen om zijn hals.

"Ha, mannetje, dat dacht je niet, h�?" riep hij uit, terwijl hij zich
van zijn bed liet glijden.

Met kracht rukte Fulco zich los. Hij had zich geheel van den schrik
hersteld en begreep, dat kalmte alleen hem nog kon redden.

"Kerel, ben je razend geworden?" riep hij uit, terwijl hij zich
Coenraad van het lijf hield. "Wat scheelt je toch, om een goed vriend
zoo onzacht om zijn hals te pakken? Wat denk-je wel van me?"

"Niet veel goeds, vriendje!" lachte Coenraad. "Ha, ha, dacht je nu
waarlijk, dat je Coenraad te slim waart?"

"Maar, beste man," riep Fulco, die zich nog altoos dom hield, "wat
denk je dan toch van me? Geloof je soms, dat ik een dief ben?"

"Dat weet ik niet," zeide Coenraad sarrend, "maar veel goeds had-je
niet in den zin! Wat moest je anders aan mijn bed doen?"

"Wel, nu nog mooier!" riep Fulco lachend. "Begrijp je dat dan niet? O,
Coenraad, Coenraad! Nu dacht ik toch, dat je verstandiger waart."

"Hoe bedoel je dat?" vroeg Coenraad, die inderdaad begon te gelooven,
dat hij zich vergist had.

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Tue 29th Sep 2026, 21:48