|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 52
"Nu, Heer, geluk er mede. Eigenlijk kan het niet, maar het eene moet
het andere dan maar weer goed maken."
Nog lang bleven de edelman en zijne gemalinne met Fulco bezig,
en verscheidene dure stukken gingen in hunne handen over. Het was
al geheel donker, toen hij zijne mars weer op den rug nam en met
eene diepe buiging de burchtzaal verliet. Nu begaf hij zich naar
het vertrek, waar de kooplustige bedienden al met verlangen naar
hem uitkeken.
"Kom binnen! Kom binnen!" riep men hem toe, zoodra hij in de deur
verscheen.
Met een vriendelijken avondgroet voldeed hij aan die uitnoodiging,
en vlug keek hij in het rond, om te zien, wie hunner wel de
gevangenbewaarder zou zijn. Al spoedig viel zijn oog op een dikken
man, die met een pijnlijk en knorrig gezicht in den hoek van de
kamer zat. Blijkbaar had hij hevige kiespijn, want zijn gelaat was
onnatuurlijk opgezet en hij had een doek om het hoofd gebonden. Met
een enkelen oogopslag bemerkte Fulco, dat hij aan zijn gordelriem
een aantal sleutels had hangen.
"Hem moet ik hebben," dacht Fulco, terwijl hij de tafel naderde. Hij
maakte evenwel geen aanstalten om te gaan zitten of zich van zijne
mars te ontdoen.
"Het spijt mij wel, goede vrienden," zeide hij, "maar het is nu
waarlijk te laat, om mijne mars nog uit te pakken .... "
"Och, kom!" viel men hem van verschillende kanten in de rede, "'t is
nog vroeg genoeg. Wij hebben den geheelen avond nog v��r ons."
"Gijlieden wel," hernam Fulco, "maar ik niet. Ik ben vreemd hier in
de stad, weet-je, en ik moet nog een onderkomen zien te vinden. Het
spijt me werkelijk, want ik heb veel moois bij me en ik wil graag wat
verdienen, maar het kan waarlijk niet. Of kan ik hier overnachten? Dan
ben ik gaarne tot je dienst."
"Mag dat, Coenraad?" vroegen verscheidene stemmen aan den dikken
cipier.
"Neen, zeker niet," bromde deze terug, terwijl hij zijne beide handen
tegen zijne wangen drukte, daar hij juist weer een hevigen aanval
van kiespijn kreeg. "'t Is hier geen herberg."
"Nu, vrienden!" riep Fulco, terwijl hij opstond, "je hoort het; ik
kan hier den nacht niet doorbrengen, dus is het voor mij hoog tijd,
om te vertrekken. Heb je zulk eene hevige kiespijn?" vroeg hij op
meewarigen toon aan den cipier.
"Verschrikkelijk!" kreunde de dikke sleutelbewaarder.
"Je zoudt eigenlijk van mijn onfeilbaar middel gebruik moeten maken,
goede vriend," zeide hij. "Probatum est!"
"Heb-je dan een goed middel tegen kiespijn?" vroeg de cipier verheugd.
"Een goed middel?" vroeg Fulco. "Neen, man, een best, onfeilbaar
middel. In een halven dag is de pijn over en wat nog het mooist is, zij
komt nooit weerom. Jammer, dat het heel onder in mijne mars ligt. Ik
kan er moeilijk bij komen. Nu, goeden avond, vrienden. Tot weerziens!"
Fulco begaf zich langzaam naar de deur. Doch hij had nog geen drie
schreden gedaan, of de cipier riep:
"Het, kramer, ho, wacht even! Hoe duur is dat middel?"
"Twee denari�n!" riep Fulco.
"Wat? Twee denari�n?" vroeg de cipier.
"Twee denari�n," herhaalde Fulco, "en geen penning minder. Maar
ik wil je een voorstel doen. Geef mij verlof, om den nacht hier
door te brengen. Misschien verdien ik dezen avond dan nog genoeg,
om u dat heerlijke middel, waardoor al honderden lijders voorgoed
hersteld zijn, ten geschenke te geven. Mooier voorstel kan ik toch
niet doen. Zoo helpen wij elkander."
"Aangenomen!" riep de cipier. "Zoek het maar gauw op, want ik verga
van de pijn."
Previous Page
| Next Page
|
|