Fulco de Minstreel: Een historisch verhaal uit den tijd van Graaf Jan I voor jongelieden by Kieviet


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 46

Dien nacht konden zij zich gerust aan den slaap overgeven. De vijand
was niet bij machte, iets van belang tegen hen te ondernemen. Hij was
met machteloosheid geslagen. Alleen aan de hoofd- en sluippoorten
werden wachters gesteld, en dat die hun plicht deden, daarvan ging
jonker Jan zich verscheidene malen in den nacht overtuigen. Den braven
schildknaap was het geen oogenblik uit de gedachte, wat hij zijn Heer
bij diens vertrek had beloofd.

Over de aangerichte verwoesting konden zij pas goed oordeelen, toen
de zon hare bleeke najaarsstralen weer over het aardrijk zond, en --
die overtrof nog verre hunne verwachting. Geen enkel werktuig was
er overgebleven, alles was verbrand of verwoest. Zelfs de tenten en
hutten waren niet gespaard. Alles was door de vlammen verkeerd. Met een
daverend gejuich werd die ontdekking door de belegerden begroet. De
vijanden daarentegen waren zoo luidruchtig niet. Groot was het
aantal dooden, dat het slagveld bedekte, talrijk de vrienden, die
zij nimmermeer zouden terugzien. Vianen was woedend over de geleden
nederlaag, al zijn werk was vergeefsch geweest, en hij verkeerde in
de noodzakelijkheid, alles weer opnieuw te beginnen.

Het zou stellig langer dan eene week duren, eer de vijandelijkheden
konden worden voortgezet.

"Toch zal IJselstein vallen!" knarsetandde hij, terwijl hij dreigend
de vuist ophief tegen het vaandel, dat, als om hem te tergen, vroolijk
van den toren wapperde.

"Voor IJselstein en Bertha!" dreunde het, van de muren.

Vianen zette het beleg met kracht voort. Moeite noch kosten ontzag hij,
om zijn doel te bereiken, maar.., de dagen werden weken en de weken
zwollen tot maanden, en nog altijd rezen de torens van het machtige
kasteel trotsch omhoog, nog altijd wapperde het wapen van IJselstein
uitdagend van de tinnen. De moedige Edelvrouwe hield wakker stand,
in spijt van Vianens woede. --



HOOFDSTUK 7

Een kramer, die heel wat in zijne mars voerde

Alleen Fulco was niet in den burcht teruggekeerd. Zoodra hij door
de sluippoort op het vlakke veld gekomen was, had hij zich van zijne
makkers verwijderd, met het doel den strijd te ontwijken en zich in
veiligheid te brengen. Doch nauwelijks dreunde hem de strijdkreet van
Jonker Jan in de ooren, en hoorde hij het gekletter der wapenen, of
een onbedwingbare lust om aan het gevecht deel te nemen maakte zich
van hem meester en deed hem in galop terugkeeren. Onder het geroep
"Voor IJselstein en Bertha!" wierp hij zich met getrokken zwaard
op de vijanden en verspreidde schrik en verwarring overal, waar hij
zich op zijn steigerend ros vertoonde. Angstwekkend flikkerde zijn
blinkend zwaard door de lucht, en wee den ongelukkige, wien het
gold! Met een luid gejuich begroette hij de vernielende vlammen,
die hier en daar het slagveld begonnen te verlichten, en bij haar
schijnsel mat hij met zijne oogen den omtrek, of hij niet de forsche
gestalte van Heer Hendrik van Vianen zag. O, zoo gaarne had hij met
het zwaard in de vuist tegenover dien geduchten krijgsman gestaan
en met hem gestreden op leven en dood. Doch het geluk was hem niet
gunstig. Bevond Fulco zich aan deze zijde van den burcht, dan klonk
Vianens strijdkreet aan gene, en spoedde hij zich naar gene zijde,
dan hoorde hij aan deze diens aanmoedigende stem. En lang gunde hij
zich geen tijd tot zoeken; hij kon dien beter besteden. Met mannenmoed
wierp hij zich overal tusschen de strijdenden, waar het gevecht het
heetst was, en telkens week de vijand, als zijne gevreesde strijdleus
gehoord, de scherpte van zijn zwaard gevoeld werd. Eerst toen aan alle
kanten de vlammen zich hoog verhieven en de vijand in eene overhaaste
vlucht een goed heenkomen zocht, wendde hij den teugel en verliet
in galop het slagveld. Een oogenblik daarna hoorde hij het sein tot
verzamelen geven.

"Die uitval heeft doel getroffen," dacht hij, terwijl hij zijn zwaard
in de scheede stak. "Goddank, de dappere Edelvrouw behoeft den eersten
tijd niet ongerust te wezen, dat Vianen den burcht overmeesteren zal,
want hij is voorloopig tot werkeloosheid gedwongen. Ik zou mij al erg
bedriegen, als al de belegeringswerktuigen niet verbrand waren, en
dan heeft hij minstens veertien dagen noodig, om weer zoover gereed
te komen als hij nu reeds was. En tijd gewonnen is veel gewonnen,
misschien zelfs wel alles. Toch zie ik de toekomst donker in, als
Heer Gijsbrecht niet verlost wordt. Neen, hij m��t gered worden, al
zat hij ook met honderd ketens aan den muur geklonken en al moest ik
hem ook halen uit het slot van den machtigen Van Borselen! Maar hoe
zal ik het aanleggen, om de meeste kans van slagen te hebben? Daar
moet ik eens goed over nadenken. Het beste zal misschien zijn, dat ik
eerst naar Heukelom ga. Heer Otto zal ook wel in groote ongerustheid
verkeeren, en misschien kan hij mij goeden raad geven. Twee weten
in elk geval m��r dan ��n. Ja, dat moest ik doen. Kom Blesje, op een
draf! We hebben nog een mooi ritje voor ons!"

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Tue 29th Sep 2026, 11:34