Fulco de Minstreel: Een historisch verhaal uit den tijd van Graaf Jan I voor jongelieden by Kieviet


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 45

Hartelijk drukten de beide dapperen elkander de hand.

"Nog iets," zeide Fulco fluisterend. "Houd een wakend oog over
Peer. Hij is tot alles in staat. Ge weet, wie en wat hij is."

"Heb daarover geen zorg, Fulco; hij zal mij niet gemakkelijk
bedriegen, en bij de minste daad, die mij verdacht voorkomt, laat ik
hem opsluiten. Maar 't wordt tijd. Laten we gaan."

De krijgers gingen eene nauwe gang door, aan welker einde zich eene
deur bevond. Dikke IJsbrand en nog een paar anderen zouden daar de
wacht houden, en haar achter de krijgslieden sluiten. Het steken van de
trompet zou het teeken zijn, dat zij weer binnengelaten wilden worden.

Langzaam en stil slopen zij de poort uit, waarbij de zware mist
hun zeer dienstig was. De vijand merkte niets van hunne nadering,
dan toen het reeds te laat was.

"Valt aan! Valt aan!" donderde Jonker Jan, terwijl zijn zwaard een
vijand den schedel verpletterde. "Voor IJselstein en Bertha!" en met
eene woeste vaart vielen zij op de verschrikte vijanden aan.

"Verraad, verraad! Slaat dood! Te wapen!" schreeuwde Vianen in de
grootste woede. Maar zijne brullende kreten waren niet in staat de
verwarring te herstellen, die onder zijne verschrikte krijgsknechten
ontstond. De een vlood hier-, de ander daarheen. Bijna niemand dacht
in zijne ontsteltenis aan tegenweer.

"Vlucht, vlucht!" klonk het overal in de grootste verwarring, terwijl
de slagen van Jonker Jan en zijne krijgers verpletterend op de
vijanden nederdaalden. "Voor IJselstein en Bertha! Voor IJselstein
en Bertha!" galmde het aan alle kanten en die kreet verspreidde
overal schrik en ontsteltenis, waar zij gehoord werd. De duisternis
maakte de verwarring nog grooter. Vianen was te paard gesprongen en
rende als dol heen en weer. Zijn gevreesd zwaard flikkerde door de
lucht en daalde telkens doodend op eene of andere donkere gedaante
neder. In zijn blinde razernij bemerkte hij niet eens, dat hij zijn
eigen dienaren velde.

"Voor IJselstein en Bertha! Voor IJselstein en Bertha!" klonk het
jubelend rondom de muren, toen de vijanden ijlings op de vlucht
sloegen. Weldra werd het tooneel van den vreeselijken strijd door
een rossen gloed verlicht en flikkerden aan alle zijden de vlammen
hoog op, daverend begroet door den kreet: "Voor IJselstein en Bertha!"

Maar zoo gemakkelijk liet Vianen zich niet verslaan. Hij had een
deel der vluchtenden verzameld en viel met onstuimigen moed op zijne
vijanden aan.

"Vianen! Vianen!" klonk het woest.

Doch zij werden niet malsch ontvangen. Jonker Jan met zijne ruiters
vocht met heldenmoed, en daar kwamen ook nog de voetknechten,
die hun vernielend werk hadden verricht, met opgeheven knuppels en
goedendags aangesneld. Het werd een moorddadig gevecht, dat velen
het leven kostte. Zoo verwoed vielen de slagen der voetknechten op
de mali�nkolders en helmen der vijanden neder, dat opnieuw de schrik
onder hen kwam en zij ijlings op de vlucht sloegen. Vianen hield
het langst stand, doch eindelijk wendde ook hij den teugel en volgde
zijne krijgsknechten.

Nu werd het vernielingswerk met vereende kracht voortgezet. Geen
blijde bleef heel, geen schietscherm bruikbaar. De kat, dat gevreesde
werktuig, werd tot den laatsten splinter door de vlammen verteerd. Het
kasteel werd spookachtig verlicht.

"Geef het sein tot verzamelen, Bouke," sprak de jonker tot zijn
dienaar. "Ons werk is afgedaan."

Daar klonken de heldere tonen der trompet, en van alle kanten kwamen
de strijders te zamen.

"Nu terug naar den burcht," riep de jonker. "De vlammen zullen ons
wel bijlichten. Een lustig deuntje, Bouke!"

Onder vroolijk geschetter en daverend gejuich reed men weer door de
sluippoort naar binnen, waar zij door de angstige vrouwen met tranen
van blijdschap werden begroet. Zij hadden eene groote overwinning
behaald, en gelukkig geen enkelen doode te betreuren. Maar Fulco
keerde niet terug.

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Tue 29th Sep 2026, 10:16