|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 40
Aloud was in alle opzichten het evenbeeld van Vianen. Hij was wreed
en heerschzuchtig en toonde zich den trouwen dienaar van Wolfert
van Borselen, wiens willekeurig bestuur hij maar al te getrouw
navolgde. Met de meeste zorgeloosheid maakte hij misbruik van het
groote gezag, waarmede hij bekleed was, en hij stoorde zich bij zijne
daden aan wetten noch privilegi�n, tot groote ontevredenheid van al
zijne onderdanen, maar in het bijzonder van de Dordtenaars, die het
meest van zijne onderdrukkingen en eigenmachtige handelingen te lijden
hadden. Hunne rechtmatige klachten beantwoordde hij met een spottend
lachen of met de verklaring, dat het hoog tijd werd, de privilegi�n
der te machtige poorters wat in te korten. Geen wonder, dat dezen
zich in hunne rechten verkort achtten en niet dan noode zijn gehaat
bestuur duldden. Er behoefde al spoedig niet veel meer te gebeuren,
om het volk tot een opstand te brengen.
Hendrik van Vianen plaatste zich nog denzelfden dag aan het hoofd
van het leger, dat ter heirvaart tegen IJselstein was opgeroepen,
en sloeg het beleg om dien sterken burcht.
Daar verscheen hij niet onverwacht, zooals de lezer reeds weet. Alles
was tot tegenweer gereed. Bertha had besloten, zich tot het uiterste
te verdedigen. De dienaars, ongeveer honderd in getal, hadden zich
van het hoofd tot de voeten gewapend met het beste wat in de groote
wapenzaal te vinden was. Velen hunner droegen mali�nkolders, die zoo
prachtig waren, dat zij zelfs den rijksten ridder niet tot schande
zouden zijn, en die geen mali�nkolder hadden kunnen bemachtigen,
trachtten zich tegen de pijlen der belegeraars te beschutten, door zich
in beestenvellen of lederen kolders te steken. Allen hadden een helm op
het hoofd en waren gewapend met zwaarden, lansen en speren, of knodsen
en goedendags. Duizenden steenen lagen op de muren opeengestapeld,
om naar de hoofden der vijanden te worden geslingerd. De boogschutters
hadden zich tusschen de kanteelen verborgen, gereed om hunne doodende
pijlen door de lucht te doen snorren.
Toen 's middags de wachters op den toren door trompetgeschal Bertha
waarschuwden, dat in de verre groote stofwolken de nadering van den
vijand aankondigden, had zij al hare dienaren op het plein bijeen
laten komen, en tot hen gezegd:
"Mannen, de vijand nadert, en een hevige strijd staat ons te wachten,
een strijd op leven en dood. Want hij, die het leger aanvoert, zal
niet rusten voor hij IJselstein in zijne macht heeft. Ik ben van plan,
het kasteel tot het uiterste te verdedigen. Wij kunnen den strijd
lang volhouden, want we zijn ongeveer honderd man sterk, het kasteel
is in alle opzichten weerbaar en we hebben een grooten voorraad
levensmiddelen in onze schuren. De tijd zal misschien hulp brengen,
maar in de eerste plaats moeten we op ons zelven rekenen. Wie zich
zelven helpt, dien helpt God. Wel missen wij mijn dapperen gemaal,
om ons aan te voeren in den strijd, maar wij hebben zijn vaandel,
niet waar? Wilt gij mij dat helpen verdedigen?"
Bij die woorden wees Bertha naar het vaandel, dat van den toren
wapperde.
"Dat willen we! Dat willen we!" klonk het uit honderd monden. "Laat de
vijanden komen! Wij zullen ze afwachten! Leve onze dappere Edelvrouwe!"
Bertha wenkte met de hand om stilte.
"Mocht er evenwel iemand onder u zijn," ging zij voort, "die den
burcht liever verlaten wil,--nog is het tijd. Hij kan gaan; de
brug zal voor hem worden neergelaten. Alleen door getrouwen wil ik
omringd zijn!"
Allen zwegen.
"Niemand?" vroeg Bertha nog eens. "Bedenkt, vrienden, dat het een
hevige strijd zal zijn, en dat er geen genade is, indien we overwonnen
worden."
Doch niemand verlangde heen te gaan; zelfs Peer niet. Bij hem was
het evenwel geen liefde of getrouwheid jegens de edele Vrouwe, neen,
bij hem was 't vrees, dat hij buiten het kasteel gevangen genomen en
van zijne geliefde goudstukken beroofd zou worden.
"Dan zij onze strijdleus 'IJselstein!'" riep Bertha met verheffing van
stem. "Dat God ons behoede! Op uw post, mannen, de vijand is voor de
poort! Voor IJselstein!"
"Voor IJselstein en Bertha!" klonk het met geestdrift onder de dappere
schare, "voor IJselstein en Bertha!"
Previous Page
| Next Page
|
|