Fulco de Minstreel: Een historisch verhaal uit den tijd van Graaf Jan I voor jongelieden by Kieviet


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 39

"Ho, roover, kinderdief!" hoorde hij zich toeroepen. Hij gaf zijn paard
onophoudelijk de sporen, en zwaaide met zijn arm, in de hoop, dat de
wachters op den toren hem bemerken zouden. Meer en meer naderden zijne
vijanden. Zijn paard sleepte zich met moeite voort. Daar hoorde hij
ze vlak achter zich. Snel trok hij zijn zwaard en maakte zich gereed,
zijn leven zoo duur mogelijk te verkoopen.

"Halt, roover! Halt, kinderdief!"

Zijne vervolgers waren hem nu genaderd, en hij hoorde, hoe de zwaarden
uit de scheeden vlogen,--maar, hij zag met een snellen blik
ook, dat Peer voor de poort gekomen was en dat de brug ne�rgelaten
werd. Zijn paard hijgde naar adem. Het kon niet meer. Snel liet Fulco
er zich afglijden en plaatste zich met zijn rug er tegen. Zoo was
hij van achteren tegen elken aanval gedekt. Zijne vervolgers waren
vijf in getal.

"Te laat!" schreeuwden zij, toen zij zagen, dat Peer de brug
overging. "Maar deze roover zal in elk geval sterven!"

Woest drongen zij op Fulco aan, maar hij verdedigde zich met den moed
der wanhoop. Toch was het een hopelooze strijd, hoe angstwekkend zijn
zwaard ook door de lucht flikkerde.

Maar daar kwam hulp. In vliegenden galop reed een aantal ruiters den
burcht uit.

"Houd je goed, Fulco, houd moed!" hoorde hij zich toeroepen, en Fulco
hield moed. Wel voelde hij, dat zijne krachten begonnen te verminderen,
maar toch hield hij zijne vijanden op een afstand.

Nog een oogenblik--en daar waren zijne vrienden genaderd. Tegen
hen waren de vijanden niet opgewassen. Met groote haast sloegen zij
op de vlucht.

"Bij St. Joris, dat was bijtijds!" riep Jonker Jan, terwijl hij Fulco
vol vreugde de beide handen drukte. "Jongen, je hebt er eer van;
onze Heer is gered! Kom mede, naar den burcht, naar de Edele Vrouwe,
wier dankbaarheid grenzenloos zal zijn."

"Naar den burcht!" riepen allen. "Leve de dappere Fulco!"



HOOFDSTUK 6

De vijand is voor de poort!

Geweldig was de woede van Vianen, toen deze bij zijne thuiskomst het
gebeurde vernam, want hij had zijn kind hartstochtelijk lief. 't
Was het eenige wezen, dat hij met teederheid behandelde, ja zelfs
soms met liefkoozingen overstelpte. Dat kind was zijn trots, zijn
oogappel. Het was immers zijn stamhouder? Op hem zouden eenmaal de
groote bezittingen en de geduchte naam van hem, Hendrik van Vianen,
overgaan. En nu--nu was dat kind in de handen zijner vijanden, nu
zuchtte het onnoozele schepseltje wellicht reeds in een onderaardsch
gewelf, waarin geen zonnestraaltje kon doordringen en waarin allerlei
kruipend gedierte het zou doen sterven van angst.

Want hij, de onbarmhartige Vianen, die zijne gevangenen nooit anders
dan met de grootste onmenschelijkheid behandelde, hij kon zich niet
voorstellen, dat de Edele Vrouwe van IJselstein het kind met zachtheid
en liefde verzorgde en er over waakte als eene moeder. Vianen wist
niet wat adel der ziel was, al was hij prat op zijn ge�rfden adeldom.

En daarbij ontging hem nu nog zijne prooi, de gehate Gijsbrecht,
in wiens dood hij zich zoo innig verheugd zou hebben. Dat plan moest
hij nu opgeven, zoo hij zijn kind niet in hetzelfde lot wilde doen
deelen, want hij begreep natuurlijk zeer goed dat het dan leven om
leven zou gaan.

Zoo onmenschelijk en wreed waren de straffen, die hij den dienaren
oplegde, aan wier zorgeloosheid hij de ontvoering van zijn kind
toeschreef, dat zij niet dan met den grootsten weerzin door de overige
dienaars werden uitgevoerd. En wat Peer betrof, hij zwoer hem den
vreeselijksten dood toe, die er te bedenken viel, indien hij hem ooit
in handen mocht krijgen.

Toen hij zijne woede eenigszins op zijn onschuldige dienaren gekoeld
had, verzamelde hij zijne krijgslieden en reed dadelijk naar Culemborg
terug. Daar liet hij den ongelukkigen Heer Gijsbrecht uit den kerker
halen en op een paard binden. Zoo bracht hij hem naar Dordrecht,
waar Heer Aloud, 's Graven Baljuw, het machtige slot Crayenstein
bewoonde. Vianen deed afstand van zijn gevangene, die nu, op bevel
van den wreeden Aloud in den vunzigsten kerker werd opgesloten,
dien het slot bezat.

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Tue 29th Sep 2026, 2:21