|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 37
Fulco bleef geduldig wachten, wel een uur lang. Eerst was hij vrij
rustig en bedaard, want hij begreep zeer goed, dat Peer zoo spoedig
niet terug kon komen. Maar toen het zonnetje al hooger en hooger
klom, begon ook zijn ongeduld toe te nemen en eindelijk tuurde hij
onafgebroken in de grootste spanning naar de kasteelpoort. Doch
niets liet zich zien. Langzamerhand begon hij Peer's bedoelingen
te wantrouwen.
"Peer, lieve Peer," mompelde hij met de tanden bijna op elkander
geklemd, "bedrieg mij niet, want waarlijk, je zult er niet veel
pleizier van beleven. We zien elkander nog wel eens weder, wil
ik hopen."
Doch Peer kwam niet. Er waren al bijna twee uren sedert zijn vertrek
verloopen, en nog liet zich niets zien. Fulco werd angstig. Hij
begreep maar al te goed, dat, zoo het plan verhinderd werd, zijn arme
Heer verloren was. Het ontvoeren van dat kind was het eenige middel,
dat hem redden kon.
En nog altoos bleef Peer uit. Fulco's oogen deden hem bijna pijn van
het aanhoudend staren in dezelfde richting. Eindelijk kon hij het
niet meer uithouden. Hij sprong op en begon driftig heen en weer te
loopen. Meer en meer begon hij te gelooven, dat hij bedrogen was.
"Peer, Peer, dat zal je heugen!" riep hij woedend uit. "Blijf nu uit
mijne handen, wat ik je bidden mag, want nu zul-je nog eens wat anders
voelen dan eene geeseling."
Peer stoorde zich niet aan Fulco's machtelooze woede; hij bleef steeds
onzichtbaar. In de hevigste onrust wachtte Fulco nog wel een uur, maar
er kwam niemand. Fulco twijfelde niet langer of Peer had hem bedrogen.
"Hij had dat kind wel al twintigmaal kunnen grijpen," mompelde
hij. "Was ik zelf maar gegaan, dat was vrij wat verstandiger
geweest. Niets gaat toch maar zoo goed als wat men eigenhandig
verricht. Wie weet of die lieve Peer al niet gegrepen en opgesloten
is. 't Is best mogelijk. Dan hoop ik, dat hij nog eens dunnetjes
overgegeeseld wordt; dat is hij dubbel waard."
Doch al zijn gemopper baatte Fulco niet. Peer bleef waar hij was. De
zon stond eindelijk reeds in het zuiden. Fulco werd meer dan onrustig,
hij werd verdrietig. De moed ontzonk hem.
"Arme, arme Heer!" zuchtte hij. "Nu is alles verloren, nu kan niemand
u meer redden. Welk een vreeselijk lot staat u te wachten, o, ik
mag er niet aan denken. Doch ik blijf hier. Ik zal de wacht houden,
zoolang gij leeft, en--wil de ellendige Vianen u dooden, al staan
er ook honderd krijgers rondom, met het zwaard in de vuist zal ik u
trachten te verlossen of met u sterven .... "
De tranen liepen den trouwen Fulco langs de wangen. Plotseling echter
richtte hij het hoofd op.
"Daar komt wat!" riep hij verrast en bijna ontsteld uit. "Hij is het,
hij is het! Zou het hem gelukt zijn?"
Fulco rekte den hals zoover mogelijk uit om te kijken.
"Hij heeft het kind!" jubelde hij. "Goddank! Voorloopig gered!"
IJlings vloog hij naar zijn paard en bijna in hetzelfde oogenblik
zat hij in den zadel. Met ongeduld wachtte hij Peer af. Hij zag,
dat deze het kind voor zich op het paard had. Weldra was Peer hem
genaderd. Hij hield zijn paard in en keek angstig achterom.
"Word ik vervolgd?" vroeg hij gejaagd.
"Nog niet," zeide Fulco. "Geef het kind hier."
"Eerst het geld!" riep Peer met brandende blikken.
"Hier is het!" zeide Fulco kortaf, hem de beurs overreikende. Toen
nam hij het kind, dat schreiend om zijne moeder riep, van hem over.
"Nu naar IJselstein!" zeide hij kortaf.
De ruiters gaven hun paard de sporen en reden snel weg. Beiden
gevoelden zij zich gelukkig met hun buit. Peer liet het geld van de
eene hand in de andere glijden en welbehaaglijk luisterde hij naar
den helderen klank van het edele metaal. Hij vond het eene schoone
verdienste voor zulk eene kleine taak en hij zou er gaarne vrij wat
erger voor gedaan hebben. Voor goud deed hij alles; zijn geweten
veroorzaakte hem niet den minsten last meer; de ongelukkige had het
al lang tot zwijgen gebracht.
Previous Page
| Next Page
|
|