Fulco de Minstreel: Een historisch verhaal uit den tijd van Graaf Jan I voor jongelieden by Kieviet


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 32

"Die valschaard!" riepen de trouwe dienaars, terwijl zij elkander
verslagen aanstaarden. "Nu is IJselstein verloren! Geen zwakke vrouw
zal het kasteel tegen zulke machtige vijanden durven verdedigen."

Intusschen waren Fulco en de jonker de burchtzaal binnengegaan, waar
zij niet lang behoefden te wachten, want weldra trad Bertha reeds
geheel gekleed binnen. Men had haar al geboodschapt, dat Fulco slechts
alleen was. Dadelijk trad zij op den trouwen dienaar toe. Hare oogen
glinsterden van spanning; hare leden beefden.

"Waar is mijn gemaal, Fulco?" vroeg zij met bevende stem. Doch nog
voordat hij antwoord geven kon, riep zij uit:

"O, neen, neen, Fulco, zeg het niet. Arme, trouwe jongen, uwe
wonden zeggen mij reeds genoeg .... hij is vermoord, niet waar? Mijn
droom! Mijn droom! O, ik vreesde het wel!"

Bertha barstte in een hevig snikken uit en bedekte haar gelaat met
de handen.

"Vermoord, .... vermoord!" mompelde zij zacht.

"Neen, Edele Vrouwe," antwoordde Fulco ontroerd, "Heer Gijsbrecht
leeft, hij is niet vermoord."

"Leeft hij?" vroeg Bertha snikkende, terwijl zij hem onstuimig bij
den arm greep. "Leeft hij, Fulco? O, zeg mij dan, welk lof hem heeft
getroffen? Zeg het mij, Fulco, spoedig!"

"Wij zijn, nog geen twee uur geleden, in het bosch overvallen, Edele
Vrouwe, en wij waren niet in staat, ons te verdedigen; slechts twee
tegen velen. Wij hebben gedaan wat wij konden, totdat wij in den strijd
van elkander gescheiden werden en ik het moest aanzien, dat mijn edele,
dappere Heer van het paard gesleurd en gevangen genomen werd."

"Door?" vroeg Bertha, die hare tranen gedroogd had, kortaf.

"Hendrik van Vianen," antwoordde Fulco.

"De ellendeling!" riep Bertha. "Is dat ridderlijk, om twee menschen
onverhoeds te overvallen en gevangen te nemen? Dat is nu zeker w�l een
eerlijke strijd! Maar, arme Fulco, wat zijt ge gewond! In de eerste
plaats moeten we voor u zorgen, als loon voor uwe dapperheid. Jonker,
wilt gij Dodo roepen? Hij heeft verstand van kwetsuren. En vertel
mij dan, hoe alles gebeurd is, trouwe Fulco. Goddank, nog is alles
niet verloren! Arme, arme Gijsbrecht! Dus was toch mijn droom eene
voorspelling, misschien wel eene waarschuwing! Hadden we er maar
naar geluisterd!"

Spoedig kwam de jonker met Dodo terug, en deze goede grijsaard bracht
zijne geheele medicijnkast mede. Dadelijk begon hij de wonden te
onderzoeken en te reinigen. Gelukkig waren zij niet van ernstigen aard
en Fulco zou, naar zijne meening, spoedig weer geheel hersteld zijn.

"Je bent enkel wat flauw en bleek van het bloedverlies, Fulco,"
zeide hij. "Je zult zien, mijne heerlijke rozenzalf, die ik zelf
bereid heb, zal je spoedig weer in orde brengen. Zie zoo, nu zullen
we er nog een paar stevige zwachtels omdoen en dan moet je maar eens
flink eten. Dan zal de kleur wel terugkomen op je gelaat."

"Dank je wel, Dodo," zeide Fulco. "Ik voel me al heel wat sterker."

Dodo vertrok. De Jonker en Fulco namen bij Bertha aan eene prachtige,
gebeeldhouwde tafel plaats. De edele Vrouwe schonk haar trouwen dienaar
eigenhandig een beker wijn in, waarvan Fulco al spoedig bijna geheel
op streek kwam. Nu vertelde hij nauwkeurig alles, wat er op de reis
gebeurd was en wat de plannen van de vijanden waren. Zijn Heer had
hem dat alles onderweg medegedeeld.

De jonge Edelvrouw had met gespannen aandacht geluisterd. Geen traan
verduisterde meer haar oog, geen trilling in hare stem verried meer
hare aandoening. Zij had zich geheel hersteld. Hare lippen waren vast
op elkander gesloten en hare oogen fonkelden van toorn.

"Dus zullen wij belegerd worden door den Heer van Vianen!" riep zij
uit, toen Fulco zijn verhaal ge�indigd had. "Nu, dat wisten wij al;
wij zullen hem laten zien, hoe eene Edelvrouwe een voorbeeld geven
kan aan een laaghartigen roover. Hij zal ons op de muren vinden,
niet waar, Jonker?"

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Thu 15th Jan 2026, 18:23