|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 30
"'t Gaat niet verder zoo, Fulco," zeide Heer Gijsbrecht. "De paarden
kunnen niet meer. We moeten anderen raad schaffen."
"Die raad is niet ver te zoeken, Edele Heer. 't Wordt wel al donker,
maar het is toch nog licht genoeg, om ginds de forens van het slot
te Heusden te zien. Laten we daar andere paarden leenen om de reis
voort te zetten, dan kunnen we nog voor den morgen te IJselstein zijn."
"Dat is een uitstekend plan. Fulco!" riep Heer Gijsbrecht. "Laten we
dadelijk gaan. De Heer van Heusden is mijn vriend."
Dat toonde deze edelman dan ook. Niet zoodra had Heer Gijsbrecht
toegang verzocht, of de slotbrug, die opgehaald was, werd ne�rgelaten
en de burchtheer zelf trad hem tegemoet.
"Welkom, welkom, IJselstein!" riep hij hem toe. "Wat voert u zoo laat
nog hierheen?"
"Niet veel goeds, Heusden," was het antwoord, en nu vertelde Gijsbrecht
alles, wat hem wedervaren was.
"Maar dat is schandelijk!" riep Heusden verontwaardigd uit, toen
hij alles gehoord had. "Dat is verraad! Intusschen, omtrent het lot
uwer gemalin kan ik u geruststellen. Zij is welvarende en wacht u met
ongeduld. Uw kasteel wordt nog niet belegerd, doch lang zal het wel
niet meer verschoond blijven, want Baljuw Aloud maakt zich tot het
beleg gereed, en Vianen, die gisteren teruggekeerd is, heeft het bevel
op zich genomen. Dus als ge nog tijdig op den burcht wilt aankomen,
zult ge u moeten haasten."
"Ik ga terstond en hoop nog dezen nacht aldaar aan te komen,"
antwoordde Gijsbrecht. "Doch onze paarden kunnen niet meer. De beesten
zijn op. Kunt ge mij aan andere helpen en wilt ge de onze eene plaats
in uwe stallen geven? Later ruilen we wel weer."
"Zeker, zeker, waarde vriend, ge kunt geheel over mij beschikken. Kan
ik nog iets anders voor u doen? Ge hebt maar te spreken."
"Dank u," zeide Gijsbrecht opstaande. "Alleen zou ik u verlof willen
vragen, om dadelijk weer te mogen vertrekken."
"Gaarne. Wacht, ik ga met u mede en zal u uitgeleide doen."
Weldra zaten Gijsbrecht en zijn dienaar weer te paard, en nu werd de
reis met dubbelen spoed voortgezet. Na een paar uur rijdens zagen zij
de forens van het slot te Heukelom voor "zich oprijzen, doch Gijsbrecht
gunde zich den tijd niet, de ouders zijner gemalinne een bezoek te
brengen. Hij wilde geen oogenblik verloren laten gaan. 't Was al bijna
middernacht, en zij hadden nog een langen rit voor zich. Eindelijk
bereikten zij het bosch, dat zij doorgetrokken waren op den avond,
toen Jonkvrouw Bertha door Vianens dienaar werd aangerand.
"Over twee uur kunnen we te IJselstein zijn, Fulco," zeide Gijsbrecht
verheugd. "Wat zullen ze daar vreemd opzien, als we zoo midden in
den nacht aankomen."
"Als we maar niet onwelkom zijn, Heer," lachte Fulco. "Kijk, daar
staat de hut, u weet wel, waarin .... "
Doch Fulco bracht zijn zin niet ten einde, want op dit oogenblik doken
uit het dichte kreupelhout plotseling een aantal donkere gedaanten op,
die hun den doortocht beletten. 't Waren ruiters en voetknechten.
"Halt!" hoorden zij eene barsche stem roepen, en het kostte hun niet
de minste moeite, die te herkennen.
't Was de stem van Vianen. Tegelijkertijd werden hunne paarden bij
de teugels gegrepen. Snel trokken zij hunne zwaarden en het gelukte
Fulco al spoedig door een goed gerichten slag zijn aanvaller ter aarde
te doen storten. Hij hield nu de teugels sterk in en gaf zijn paard
de sporen, waardoor het woest begon te steigeren. Daardoor werd het
zijnen bespringers onmogelijk het opnieuw aan te grijpen.
Heer Gijsbrecht was echter zoo gelukkig niet. Van alle kanten omsingeld
en aangegrepen, kon hij zich bijna niet wenden of keeren en weldra
was hem het zwaard uit de hand geslagen. Dat zag Fulco en met een
onstuimige vaart vloog hij op den drom in. Snel daalden zijne slagen
op de hoofden der aanvallers neder en vielen sommigen dezer gewond
ter aarde, doch tegen de overmacht was hij niet opgewassen. Een
gedeelte der bende vereenigde zich nu tegen hem en dwong hem, om
zij het ook strijdende, te wijken, terwijl de overigen zich van
Heer Gijsbrecht meester maakten en hem van het paard sleurden. 't
Was een vreeselijk tooneel. Hoe Fulco poogde zijn meester te redden,
het was hem onmogelijk. Een deel der vijanden hield hem voortdurend
op een afstand. Eindelijk stroomde het bloed hem uit verscheidene
wonden. Hij voelde zijne krachten verminderen.
Previous Page
| Next Page
|
|