De Pop van Elisabeth Gehrke by Dina Mollinger-Hooyer


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 2

En toen sprak hij met bijna komische geringschatting van een ras, dat
voor een subliem fresco van Andrea del Sarto, geen ander woord vond dan:
"How much?!" kunstwaarde naar 't aantal dollars taxeerend. Hoe goed wist
ze nog ieder woord van den enthousiasten kunstkenner, die, de open
verrukte aandacht van haar en haar man bemerkend, van dienzelfden Andrea
del Sarto vertelde, hoe deze Meester niet tot de uitverkorenen behoorde,


hemelsche Madonna's, voor de zuivere Moedermaagden, die hij uitbeeldde

de schoongebouwde schouders en borst en de weelde van goudblonde haren.
Maar haar oogen bracht hij niet op het doek. Deze _dichtte_ hij in het
gelaat zijner Madonna's. En deze oogen waren het, die van het model--de
liederlijke, zijn leven vernielende vrouw--in zijn "Oeuvre" een Heilige
maakten.

"En doet niet iedere kunstenaar zoo met de schepselen van zijn
verbeelding?" had haar man gezegd, zich tot haar neerbuigend met het
liefdevol gebaar dat hem eigen was.

Innige verteedering kwam om Elizabeth's smartelijken mond, nu ze zich
die woorden en dat gebaar uit de zalige dagen van 't eerste
huwelijksjaar herinnerde.

"Ach, alleen omdat Heinz en zij niet vermoedden wat zoo vlakbij dreigde
in een toekomst vol oorlogverschrikkingen, hadden zij zoo argeloos, zoo
uitgelaten gelukkig kunnen zijn. O, dat zij beiden, verdiept in elkaar

noodlot, de oorlog...., die al wat jong en liefelijk was vernielde!

geluk had vermoord!"

* * * * *

O daar was het weer, het wild-opstandige, dadelijk wanneer ze 't woord

alle overgebleven vreugde vergalde; dat haar in den ergsten tijd van
dien geesel met de handen tot vuisten gebald deed loopen, zitten, in bed
liggen; haar de tanden krampachtig deed opeenklemmen in machteloos
verzet tegen het onverbiddelijke; een drift die haar aan de grens van
waanzin had gebracht.

En de menschen? De menschen hadden 't haar, toen ze na zijn dood in
Holland terugkwam, nog ondragelijker gemaakt dan het al was. Hun

dagen--hun meelij niet alleen met haar verlies... maar met de vrouw die
een Duitscher, een mof had getrouwd. Ze verborgen hun haat niet tegen
dit volk. Ook niet in haar tegenwoordigheid, al wisten de ingewijden hoe

was. Ze deden ongeloovig wanneer ze vertelde dat hij dien oorlog
verafschuwd, er niets dan ellende in voorzien had voor z'n vaderland.
Ja, hij was gegaan bij de oproeping, maar zonder hoop, zonder
enthousiasme, met weerzin.

Maar allen zagen, sinds den schandelijken oorlog, in elken Duitscher den
Pruisischen geest, den ruwen bruut en geweldenaar. Het soort dat ook
Heinz haatte, waarvoor hij zich schaamde in vrede en oorlogstijd. En ze
vertelde van een geval in een Berlijnsch restaurant, waar een beroemd
professor door den kellner midden in de bestelling in den steek gelaten
en pas bediend werd, na een later aangekomen gast, een blancbec, een

"Dat is het nu wat ons in het buitenland zoo gehaat maakt! Het is
onwaardig en daarom ben ik blij dat we niet hier, maar in Freiburg
zullen wonen!" had Heinz gezegd.

Ook haar anarchistisch-Hollandsche opvatting van de omslachtige

waarmee naar den aard der betrekking van hun man, de getrouwde vrouwen
er werden aangesproken, kon hij begrijpen. En hoe geduldig had hij het
verdragen wanneer ze zich in deze betitelingen telkens allergekst
vergiste; flaters beging die later werden rondverteld; smalend door wie
er zich in beleedigd waanden; met gullen lach door wien 't niet zoo
zwaar opnamen en erom lachten..., zooals Heinz en de vrienden.

Toen ze nu zonder hem--te kort woonde ze er om er veel vrienden te
maken in een jong huwelijk dat vreemden meed--als weduwe uit Freiburg
wegging en in Holland terug kwam, vond ze de oude vrienden veranderd. Of
was zij misschien zelf anders geworden in dien korten tijd? In 't
vreemde land had ze zich nog niet volkomen ingeleefd; van de eigen
landgenooten scheen ze vervreemd. Het was alsof ze nergens meer thuis
behoorde, geen eigen vaderland meer had.... Toen begon de
duikboot-oorlog.... en voor de eerste maal, kon ze in volkomen
zelfverzaking dankbaar zijn, dat dit aan haar fijnen man was bespaard,
dat hij dit afschuwelijke niet meer beleefde.

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Fri 28th Feb 2020, 12:49