|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 85
En ze _bleef_ moed houden en strijden tegen het overweldigende gevoel
van eenzaamheid, dat haar soms dreigde te bemachtigen. Het was maar
goed dat zij al heel spoedig vertrekken moest. Het nieuwe schooljaar
was reeds sedert een paar weken ingegaan en toen het besluit van
mevrouw d'Ablong eenmaal vaststond, werd er haast achter het werk
gezet en ruim een week nadat Elsje gehoord had, welk nieuw leven
haar wachtte, was zij reeds met hare tante op weg naar de bewuste
badplaats en reed ze, met een erg benauwd gevoel in de keel, naar het
deftige kostschoolgebouw, dat een tijdlang hare woning zou wezen. De
directrice, een statige, lange dame met doordringende, bruine oogen,
ontving haar echter zoo hartelijk en sprak haar zoo vriendelijk toe,
dat zij verruimd adem haalde, toen de eerste begroeting achter den rug
was en zelfs veel minder zenuwachtig was dan ze gedacht had te zullen
zijn, toen zij afscheid van hare tante genomen had en de directrice
volgde naar de groote eetzaal, waar ruim twintig meisjes aan de tafel
zaten, gereed om het lunch te gaan nuttigen. Elsje kreeg een stoel
naast een bleek, heel blond meisje, dat er zeer verlegen uitzag en hare
oogen op haar bord hield geslagen. De verlegenheid van hare buurvrouw
maakte Elsje vrijmoediger; zij keek bedaard om zich heen en bemerkte
tot haar blijdschap dat volstrekt niet alle meisjes onberispelijk
rechtop zaten en zich zoo elegant gedroegen als C�cile. De Engelsche
onderwijzeres, die tegenover Elsje zat, moest telkens een of andere
vermaning toedienen met betrekking tot het hanteeren van mes, vork
en glas en Elsje vond het een heel aangename gewaarwording dat zij
haar zoo goed kon verstaan--d�t had zij aan Miss Piper te danken en
zij was er nu haast blij om dat zij zooveel mooie zomerdagen alleen
in haar gezelschap had doorgebracht. Na het lunch werd zij aan al de
onderwijzeressen en aan de meisjes voorgesteld. Er waren verscheidene
nieuwe leerlingen onder en zij waren lang niet allen zoo knap en
zoo begaafd, als Elsje had gevreesd. Wel was zij natuurlijk zeer
ten achter bij de meeste meisjes van haar leeftijd, vooral wat het
Fransch en Duitsch betrof, waarmee zij nog geheel van voren af aan
moest beginnen, maar haar aanleg en haar wil waren zeer goed en dit
kon niet van al de andere leerlingen worden gezegd. Er waren er onder,
die naar kostschool waren gestuurd omdat ze bizonder moeilijk leerden,
of bizonder lui van nature waren. Onder de uitnemende leiding der
directrice en het goede onderwijs maakten echter de meesten flinke
vorderingen en wat Elsje betrof,--zij deed zoozeer haar best en begon
spoedig zooveel lust te krijgen in haar werk dat ze zich in de lesuren
bepaald gelukkig voelde. Hare belangstelling en ambitie waren opgewekt
en met groot genot kon zij soms over hare boeken gebogen zitten,
geheel verdiept in een geschiedenisles of in een of ander vers, dat
zij later zou moeten reciteeren. Dat reciteeren was in het eerst een
ontzettend iets voor haar. De directrice had als vasten regel ingesteld
dat alle meisjes een avond in de week iets moesten voordragen. Allen
kwamen dan in het salon, dat anders alleen Zondags werd gebruikt,
bijeen en na de thee namen de werkzaamheden een aanvang en moest
ieder meisje haar best doen, z�� goed haar bijdrage op te zeggen,
als zij dit maar met mogelijkheid kon.
De "nieuwelingen" zagen in het begin altijd erg tegen dezen avond op,
maar de directrice, die zelf bizonder goed reciteerde en een zeer
welluidende stem had, hielp allen zoo goed terecht en met zooveel
geduld, dat hare leerlingen hoe langer hoe meer moed begonnen te
vatten en ook Elsje, toen zij eenige maanden op school geweest was,
den "reciteeravond" werkelijk prettig begon te vinden. Met de andere
meisjes kon zij goed overweg. Er waren er, die haar een beetje vreemd
aanzagen, toen zij met groote vrijmoedigheid allerlei omtrent haar
vroeger leven vertelde, maar zij deed dit zoo aardig en vroolijk en
als het nichtje van de deftige mevrouw d'Ablong vond men haar toch
zoo geheel _comme il faut_, dat de meesten met gretige ooren naar
haar grappige verhalen luisterden. Want op ernstige wijze sprak zij
over haar dorpsleven slechts met haar kamergenoot, het blonde meisje,
naast wie zij den eersten dag aan tafel had gezeten. Dit meisje was
het eenige kind van een rijken bloemist, die in Gelderland woonde
en van den dokter den raad had gekregen, zijn zwak dochtertje de
zeelucht te laten genieten. Verscheidene leerlingen der deftige
kostschool vonden het wat beneden zich, zich veel met de dochter van
een bloemist te bemoeien, al was deze ook nog zoo rijk en het meisje
zelf voelde wel dat sommige harer aristocratische schoolkameraadjes
haar "minder" rekenden en hare aangeboren schroomvalligheid werd
daardoor nog grooter. Met Elsje echter was zij geheel op haar gemak
en het waren gelukkige oogenblikken voor de beide meisjes, als zij
naast elkaar mochten gaan op de lange, dagelijksche wandeling langs
het prachtige strand. De leerlingen moesten dan netjes in de rij
loopen, iets wat voor de meesten een kwelling was en Elsje vooral
voelde soms een bijna onweerstaanbare neiging in zich opkomen om
weg te snellen van de anderen naar een hooge duin in de verte, die
hijgend te beklimmen en in vrije eenzaamheid het mooie uitzicht
te genieten op de grootsche zee, die haar ernstig maakte en deed
jubelen tegelijk. Eens zelfs trok zij, in een uitgelaten bui, haar
vriendinnetje lachend mee uit de rij en liep met haar een eind de zee
in, om toen met natte laarzen en neergeslagen oogen, langzaam terug
te keeren tot de zeer toornige Fran�aise, die de meisjes dien dag op
de wandeling vergezelde. Elsje begreep later zelf niet hoe zij het
had durven doen! Het was alsof zij soms uiting geven _moest_ aan het
gevoel van vroolijken levenslust in haar hart, want over 't geheel was
zij zeer gelukkig in haar tegenwoordig leven en er waren oogenblikken,
waarin hare zonnige natuur haar bijna dwong tot juichen en zingen.
Previous Page
| Next Page
|
|