Elsje by A.C. Kuiper


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 79

"Wat houd ik toch veel van u en wat is het heerlijk weer bij u
te zijn!"

En nu volgden er dagen voor Elsje, die zij haar geheele leven niet weer
zou vergeten, dagen van rein genot, waarin de vrede en blijmoedigheid
terugkeerden in haar hart. Bijna overweldigend was voor haar in
het begin de aanblik van de prachtige natuur. "Nu moet je maar eens
alleen een eind gaan wandelen," zei grootmama den eersten ochtend na
het ontbijt. "Neen, Liesje blijft van morgen bij mij--je bent nu mijn
pati�ntje en ik reken er op dat je me stipt zult gehoorzamen. Tegen
koffietijd kan Liesje je dan wel hier in de dennenlaan tegemoet
komen. Ga dien kant maar eens uit, je zult het daar heel mooi vinden."

Elsje gehoorzaamde met een lachend gezicht en liep langzaam de
dennenlaan in op zij van het huis. Het was er zoo heerlijk stil
en mooi en het rook er zoo lekker! Met innig welbehagen ademde ze
de verkwikkende lucht in en wandelde voort, terwijl de grond hoe
langer hoe heuvelachtiger werd en zij soms even stil moest staan om
adem te scheppen. "Wat ben ik gek gauw moe," dacht ze. Toen ze bij
grootmoeder was, kon ze uren achtereen loopen, zonder iets te voelen
en nu was ze nog geen half uurtje van huis, of ze kreeg al lust om
eens even te gaan zitten. Maar nu al rusten, dat was toch al te erg,
vond ze. Neen, ze zou nog doorloopen tot aan dien hoogen heuvel, daar
op zij van den weg. Dien moest zij even beklimmen, men had daar zeker
een prachtig uitzicht; ze kon daar dan wel een poosje gaan zitten. Ze
hijgde wel wat, terwijl ze haar voornemen ten uitvoer bracht, maar
zij gaf den moed niet op en toen ze bovenop den heuvel gekomen was,
hoe werd hare moeite toen beloond!

Plotseling stond ze voor een groot heideveld, waarover de zon vol
scheen en aan de purperkleurige bloesems van het heidekruid een
schitterenden glans verleende. Als een glinsterend, reusachtig tapijt,
vol gloed en kleuren strekte zich de heide uit, terwijl tusschen
den overvloed van bloeiende Erica, enkele blauwe klokjes groeiden,
waarvan de teere stengels zachtjes door den morgenwind heen en weer
werden bewogen. Een zoete welriekende geur steeg uit het kruid op en
een oogenblik was het Elsje, terwijl ze dien inademde, als stond ze
weer bij de heide in de buurt van het huisje van hare grootmoeder. Het
scheen haar alles zoo bekend, zoo heerlijk bekend, hier voelde ze
zich thuis, zoo geheel en al! 0, God was goed, zoo goed voor haar,
dat Hij haar dit liet genieten! Even stond ze doodstil en ernstig op
te kijken naar de rein-blauwe lucht--toen, als overweldigd door een
gevoel van onuitsprekelijke, hartstochtelijke vreugde, wierp zij
zich languit voorover op de heide en greep liefkoozend met beide
handen in het taaie, veerkrachtige kruid. Zoo bleef ze liggen, met
wellust de heidelucht opsnuivend en zich geheel overgevend aan een
gewaarwording van groot, oneindig genot. Eindelijk hief zij het hoofd
op, plantte hare beide ellebogen in den grond en keek gretig voor zich
uit. Het zachte gegons der bijen, het fluisteren van den wind door
de dennen naast haar, het rinkelen van de belletjes van een huifkar
heel in de verte, was al wat de stilte verbrak. Recht v��r haar,
in de diepte, zag ze het dorp liggen, met de roode daken der huisjes
aardig afstekend tegen het groen der hoornen en aan hare linkerhand
vertoonde zich een glooiende heuvelenrij, gelijk aan die, welke zij
zooeven had beklommen. En terwijl ze daar lag, werd het zeer rustig
en vredig in haar en kwamen haar de welbekende woorden in de gedachten:

"_Ik hef mijne oogen op naar de bergen, vanwaar mijne hulpe komen
zal._"

Hoe lang ze zoo bleef liggen, met al haar hart genietend, zou ze
niet hebben kunnen zeggen, maar ze schrikte op, toen ze plotseling
het zachte stemmetje van Liesje aan haar oor hoorde fluisteren:

"Slaap je? Waarom blijf je daar zoo stil liggen?"

"Zoo zoo, jonge dame, hebben wij het ons zo gemakkelijk mogelijk
gemaakt?" klonk de stem van Frits toen. "Gelukkig dat wij je eindelijk
gevonden hebben; dat is me een zoeken geweest, he Liesje?"

Verlegen sprong Elsje op. Dat Frits haar daar zoo had moeten zien
liggen! Wie weet, hoe ontzettend weinig jongedamesachtig hij hare
houding gevonden had! Als tante het hoorde....

"Ik ... ik vond het zo heerlijk hier!" zei ze. "Ik wist niet ... ik
dacht ... het spijt me erg dat ik niet wat netter zat."

"Maar Roodkapje, wat scheelt er nu aan?" En Frits lachte
hartelijk. "Wie zit er nu ooit 'netjes' op de heide! En ik vond je
houding juist zoo schilderachtig! Neen, kijk maar niet zoo verschrikt;
ik meen het, hoor. Het was alleen een beetje moeielijk je te vinden,
maar Liesje heeft me dapper geholpen bij het zoeken. Je zult wel
trek hebben na je vermoeienden tocht, he?" En hij keek haar plagend
aan. Elsje lachte vroolijk.

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Tue 10th Feb 2026, 22:19