Elsje by A.C. Kuiper


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 70

"Dag Elsje," zei deze op hartelijken toon, "dat is goed, dat we je
eindelijk eens weerzien. En ben je hier nog altijd gelogeerd?"

"Neen," zei Elsje, terwijl de blijde trek van haar gezicht verdween,
"mijn grootmoeder is gestorven en nu blijf ik hier."

"Och, wat is dat treurig; is je grootmoeder dood? Arm kind! En blijf
je nu bij je tante?"

"Ja," zei Elsje, bij de gedachte aan mevrouw d'Ablong weer onrustig
wordend, "en ik kom u nu maar heel even bedanken dat u zoo goed en
vriendelijk voor me geweest bent, toen op dien akeligen avond. Ik
.... ik vergeet dat bepaald nooit, maar nu moet ik weer weg."

"Weer weg! Nu al! En je bent er net! Kom, dat meen je niet en Evert
heeft al zoo lang naar je verlangd."

"Ja, maar ik moet toch heusch dadelijk weer naar huis. Ik bedank u
nog hartelijk voor alles."

"Nu ja, dat weet ik nu wel dat je heel dankbaar bent, maar ik vind
het niet aardig, als je niet nog wat blijft. Kom Evert, haal maar
eens even een stoel voor Elsje--wij kunnen niet naar binnen gaan,
want mijn man is uit en ik kan den winkel niet alleen laten."

Evert kwam hijgend en met een vuurroode kleur van inspanning met een
stoel aansjouwen en met de woorden: "Dan blijf ik nog even," ging
Elsje zitten. En zonder zich een oogenblik te bedenken, vertelde ze
nu wie zij was en waar zij gewoond had en hoe hare tante heette en
hoe moeilijk zij het nog vond aan het stadsleven te wennen. Gevleid
door de zeer groote belangstelling der kruideniersvrouw, die met
een verbaasd gezicht naar haar luisterde, terwijl Evert steeds met
grappige vragen tusschenbeide kwam, als hij niet begreep wat zij
zeide, babbelde Elsje druk voort, totdat de schel der winkeldeur en
het binnenkomen van een klant haar stoorden en zij opsprong met een:
"Maar nu moet ik heusch terstond weg."

"Dan breng ik je een eindje," zei Evert zeer galant en deftig. "Moeder,
mag dat? Mag ik even met Elsje mee?"

"Ja, maar dan een heel klein eindje hoor, niet verder dan tot de
gracht, waar Elsje woont. En dan dadelijk weer thuis komen, anders
wordt moeder ongerust."

Evert vloog heen om zijn pet te halen en een oogenblik later trippelde
hij, druk pratend, naast Elsje voort.

Tot haar blijdschap zag zij op de klok in den bekenden bloemenwinkel
dat het eerst elf uur was. Hare tante zou dan zeker vooreerst nog
niet thuiskomen--zoo heel veel haast behoefde ze dus eigenlijk
niet te maken. Het was zoo aardig en gezellig om langzaam voort
te drentelen met den aardigen, kleinen Evert naast zich, die haar
zooveel te vertellen had! Wat zou het heerlijk zijn, als hare
tante nog van besluit veranderde en haar toestond hare vrienden
geregeld te bezoeken--al was het maar ��n keer in de maand bij
voorbeeld. Over mevrouw d'Ablong en C�cile had zij heel weinig met
de kruideniersvrouw gesproken--hare natuurlijke fijngevoeligheid
had haar daarvan weerhouden. Ook had ze niet over haar lot geklaagd;
dat zou z�� ondankbaar geweest zijn, vond ze. Och heden, daar waren
zij al bij de gracht, dan moest ze Evert nu terugsturen en zelf ook
weer naar huis gaan. Juist wilde zij haar vriendje goedendag zeggen,
toen een grappig tooneeltje voor het smalle hoekhuis der stille gracht,
haar aandacht trok.

Een steviggebouwde vischboer, klein van stuk, maar overigens stoer
en forsch, met een rond, frischrood gezicht, levendige bruine oogen,
die half listig, half schalksch keken, en geelblond haar, waarvan een
lok van voren onder zijn pet uitkwam, stond, met zijn vischkar naast
zich, druk over zijn koopwaar te onderhandelen met het dienstmeisje
van het hoekhuis. Zij schenen het niet eens te kunnen worden over
den prijs der "prachtige, springlevende" botjes, die de boer niet
ophield met groote welsprekendheid aan te prijzen. Een slagersjongen
met een mand op den rug en een paar straatjongens stonden met open
monden te luisteren naar het levendige debat, zonder er zich ook maar
een oogenblik in te mengen. Het zeer belangstellende, toeschouwende
publiek werd thans nog vermeerderd door Elsje en den kleinen Evert.

"Geloof me, kindlief, ik kan ze je onmogelijk minder geven dan voor
zestig cents," begon de vischboer weer.

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Tue 10th Feb 2026, 3:53