|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 64
Grootmama keek zwijgend voor zich uit, nadat ze de laatste woorden
had gelezen: _"De Heer zal uwen uitgang en uwen ingang bewaren, van
nu aan tot in der eeuwigheid,"_ en het was Elsje, als zag ze haar
eigene grootmoeder voor zich, zooals deze tegenover haar had gezeten
aan den ochtend, waarop zij zelf haar den psalm had voorgelezen,
die haar getroost en bemoedigd had, evenals hij het nu haar
kleindochtertje deed. Ze bleef stil liggen en voor het eerst sedert
het bange oogenblik, waarop men haar had verteld dat haar grootmoeder
gestorven was, keerde de hoop terug in haar hart en was het haar, als
voelde zij zich gesteund door een sterke hand, gesteund om geduldig en
geloovig te dragen wat haar werd opgelegd, getroost door de woorden:
_"Mijne hulp is van den Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft."_
Het bleef een poosje stil in de kamer, toen klonk het zacht en bedeesd:
"Grootmama."
De oude dame keek snel op. Niettegenstaande zij Elsje herhaaldelijk
had aangemoedigd haar bij dien naam te noemen, was deze altijd met
zekere verlegenheid "mevrouw" blijven zeggen, bevreesd als zij was
dat hare tante en C�cile er aanmerking op zouden maken als zij anders
handelde. Nu dacht zij hieraan echter niet, ze voelde alleen maar
een onuitsprekelijk verlangen, haar hart uit te storten tegenover de
lieve vrouw, die zoo goed scheen te begrijpen hoe vreeselijk bedroefd
zij was en welken troost zij noodig had.
"Ja lieveling," zei grootmama, naar het bed toegaande.
"Ik wou u graag eens vertellen van grootmoeder.... van dien psalm...."
En met de hand der oude dame in de hare vertelde zij van den ochtend,
waarop hare grootmoeder haar had gezegd dat zij afscheid moesten
nemen voor een tijd. Hoe zij er tegen op gezien had hier te komen
en hoe ze bang was dat men hier heel weinig van haar hield en dat ze
hier nu toch zou moeten blijven en hoe zij graag haar best wou doen,
maar het zoo heel moeielijk vond precies te wezen, zooals ze moest,
en hoe ze veel liever zou willen werken en zelf haar brood verdienen,
als zij weer beter was en hoe gelukkig en vroolijk haar leven was
geweest bij haar grootmoeder in het aardige kleine huisje. En hoe zij
er tegen op zag, altijd in een stad te moeten wonen en een jonge dame
te moeten worden en hoe verschrikkelijk moeielijk het haar toescheen,
altijd precies te weten wat ze zeggen moest en hoe ze zich moest
gedragen. En hoe erg ze soms verlangen kon om terug te zijn in haar
vriendelijk dorp en lange wandelingen te maken over de ruime heide en
langs den breeden straatweg--en hoe haar grootmoeder ��k had gezegd
dat zij nooit alleen zou zijn, want dat er Een was, die haar altijd
nabij zou wezen en....en....hoe ze dat zelf ook geloofde. Eindelijk
zei grootmama dat ze nu al zooveel had gepraat dat zij zich te moe
zou maken, als ze nog meer zeide en dat ze nu eens probeeren moest,
of zij niet wat slapen kon. Ze moest zich nu maar bedaard houden
en vast _blijven_ hopen dat ze geholpen zou worden, altijd. En zij
mocht niet denken dat niemand hier van haar hield, want dat wist
ze wel beter en allen zouden zeker langzamerhand nog meer van haar
gaan houden en wat haarzelve betrof, zij hield van Elsje, alsof ze
haar eigen kleindochtertje was, dat wist zij immers wel? En Elsje
knikte haar dankbaar toe. Ja, dat had ze wel gevoeld dat grootmama
van haar hield en zij vond haar zoo lief en goed.... En toen ze dit
zeide, strekte zij de armen uit en het gezicht der oude dame naar
zich toetrekkend, drukte zij er een kus op. "Dank u wel voor alles,"
fluisterde ze--toen viel ze in een gerusten slaap.
Stil en terneergedrukt keerde mevrouw d'Ablong van haar droevige reis
terug. De oude vrouw was 's nachts kalm ingeslapen, nadat zij den
vorigen dag erg had geklaagd over benauwdheid en een duizelig gevoel
in het hoofd. 's Ochtends was zij nog een brief aan Elsje begonnen,
met het voornemen dien 's avonds af te maken. Toen had ze zich echter
zoo ongesteld gevoeld, dat ze maar gauw naar bed gegaan was en men
om den dokter had gezonden. Deze had haar poeiers gegeven en gezegd
dat zij vooral niet op moest staan, voordat hij den volgenden ochtend
weer bij haar was geweest--en toen die ochtend kwam, lag zij met een
uitdrukking van vrede op haar gezicht, dood op hare legerstede. Aafje's
zuster was 's nachts herhaaldelijk opgestaan om naar haar te kijken en
de pati�nt sliep toen telkens rustig, totdat hare verzorgster haar een
diepen zucht had hooren slaken en naar haar toegegaan was, om te vragen
of zij weer benauwd was en nog eens wou innemen. Op dat oogenblik had
Elsje's grootmoeder den laatsten adem uitgeblazen. De dokter had toen
's ochtends terstond aan mevrouw d'Ablong getelegrafeerd.
Deze had den begonnen brief voor Elsje meegenomen, benevens enkele
kleinigheden, waaraan zij meende dat het meisje gehecht zou kunnen zijn
en ook den grooten, ouderwetschen Bijbel, waarin de oude vrouw nog een
der laatste dagen van haar leven met bevende letters Elsje's naam had
geschreven. Of zij daarbij een voorgevoel gehad had van haar naderend
einde? Haar kleindochtertje las den begonnen brief met brandende oogen.
Previous Page
| Next Page
|
|