|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 63
"Jij moogt het zeker niet wenschen, Elsje. Zou je grootmoeder dat
ook gewild hebben?"
"Neen, neen," zei ze, maar ik kan niet zonder haar leven, dat kan
ik niet."
En met een kermenden zucht keerde zij het hoofd naar den muur.
Den geheelen dag bleef zij in dien toestand van ontroostbare
droefheid. De oude dame was bijna voortdurend bij haar, Keetje
verzorgde haar liefderijker en trouwer dan ooit, men trachtte haar
van smakelijk toebereide schoteltjes te doen proeven--maar zij at
nauwelijks, schreide weinig na die eerste uitbarstingen lag maar
stil, steeds met het hoofd naar den muur toegekeerd, zonder iets te
zeggen of eenig teeken te geven dat zij bemerkte wat om haar heen
gebeurde. Toen de dokter weer kwam, was ze even ingesluimerd. Hij
oordeelde het beter, haar niet wakker te maken en beloofde den
volgenden dag terug te zullen komen.
Na een onrustigen nacht en een bitter droevig ontwaken, lag zij den
ochtend daarop moe en lusteloos, met een vreemde onverschilligheid, die
haar zelf verbaasde, voor zich uit te staren, te uitgeput om geregeld
te kunnen nadenken. Men had haar verteld dat haar tante weggereisd was
om bij de begravenis tegenwoordig te kunnen zijn, maar dit had weinig
indruk op haar gemaakt. Het was haar nog als leefde zij in een bangen
droom--maar als ze soms, als met een schok, uit dien droom scheen te
ontwaken, was alles zoo ontzettend, zoo benauwend donker en eenzaam om
haar heen dat zij zich angstig afvroeg, hoe het mogelijk zou zijn om
voort te leven met die alles overheerschende smart in haar binnenste.
Het was aan den middag van dien dag, dat grootmama zich bedaard aan
de tafel zette, die bij het raam was geschoven en met een vriendelijk
knikje naar Elsje, die lijdelijk toezag wat ze deed, haar haakwerk
opnam en de grove haakpen vlug door de zachte wol liet glijden,
waarvan een grappig klein kindermanteltje moest worden vervaardigd. De
gordijnen waren aan den achterkant van het huis niet neergelaten en
terwijl de oude dame rustig zat te werken, wierp het zonlicht schuine
stralen op haar gestalte en deed het mooie, witte haar glinsteren
als zilver. De vriendelijke, bruine oogen werden vochtig, terwijl
zij ze op haar werk hield geslagen, want al keek zij niet op, ze
voelde toch wel hoe Elsje's oogen dof en treurig naar haar keken en
haar hart was vol medelijden voor het arme kind, dat nergens troost
scheen te kunnen vinden voor haar smart.
Eindelijk liet ze haar werk in den schoot zakken, keek peinzend naar
buiten in het heldere, vroolijke licht vol leven en lente, legde toen
wol en haakpen naast zich neer op de tafel, en schoof, de ingeving van
haar hart volgend, een in zwart kalfsleer gebonden boek naar zich toe.
Elsje had met hare oogen hare bewegingen gevolgd, zonder er veel
belang in te stellen.
De oude dame sloeg een paar malen de bladzijden van het boek om,
dat met groote, duidelijke letters gedrukt was; toen begon ze met
hare welluidende stem hardop te lezen:
"_Ik hef mijne oogen op naar de bergen, vanwaar mijne hulp komen zal_.
"Mijne hulp is van den Heer, die hemel en aarde
gemaakt heeft.
"Hij zal uwen voet niet laten wankelen, uw Bewaarder
zal niet sluimeren...."
Elsje hield den blik onafgewend op haar gevestigd en er kwam een
wonderlijke verandering in de uitdrukking van haar gezicht, terwijl ze
luisterde naar de bekende woorden van den psalm--denzelfden psalm,
dien zij haar grootmoeder op dien gedenkwaardigen Zondagochtend
voorgelezen had.
Reeds toen ze de eerste woorden hoorde, week hare onverschilligheid
en aandachtig, onwillekeurig de handen vouwend, luisterde ze naar
de lieve stem en dronk de troostende woorden in, die deze las. Er
heerschte een vredige rust in de kamer, waar de zon een gouden gloed
wierp over de doffe tinten van het tapijt en grillige figuren tooverde
op het behang en de donkergroene bedgordijnen van het mahoniehouten
ledikant. Schilderachtig en aantrekkelijk was de gestalte der oude
dame, zooals zij daar zat, met het grijze hoofd even voorover gebogen
over den Bijbel en de kleine, gerimpelde handen rustig gevouwen
in haar schoot. Dartele zonnestraaltjes speelden over haar japon,
het zwart kanten mutsje en het witte haar, maar zij verschoonden het
oude, schoongevormde gelaat, waarop thans een eenvoudig kinderlijke
uitdrukking lag. Het was alsof er een weldadige invloed uitging
van hare geheele persoonlijkheid en het luisterende kind bleef haar
aanzien met een glans van innige dankbaarheid in de oogen, toen de
psalm reeds ge�indigd was.
Previous Page
| Next Page
|
|