|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 61
Zij keek haar schoonmoeder met een angstig vragenden blik aan en deze
knikte haar geruststellend toe.
"Ik zal van ochtend wel met den dokter spreken en hem vragen of ik
het haar zeggen mag," zei ze.
"Wilt u dat doen? Dan ben ik u heel, heel dankbaar. Dan ga ik nu
terstond naar boven om mij klaar te maken. Ja Cilly lieveling, ik
wil heel graag dat je even met mij mee gaat naar mijn kamer. Och,
ik had jou ook zoo graag nog eens meegenomen naar haar toe; nu is
het te laat."
Ja, nu was het te laat! Het was zeker niet meer dan natuurlijk dat
C�cile, onder de bestaande omstandigheden, weinig of niets voelde
voor den dood der brave, oude vrouw, die zulk een trouwe, goede moeder
voor C�cile's eigene mooie moeder was geweest, maar mevrouw d'Ablong
voelde toch een steek in haar hart, toen Cilly, terwijl ze bij de
voordeur afscheid van haar nam, bedaard zei:
"Als het er is, neemt u dan een portret van uw moeder mee, mama? Ik
weet heelemaal niet hoe zij eruitzag."
En Elsje? Het arme kind had sedert den ochtend, waarop zij van haar
vreemden tocht was teruggekeerd, al den tijd te bed doorgebracht. De
dokter had bedenkelijk het hoofd geschud, toen hij haar voor de tweede
maal bezocht, gezegd dat hij bevreesd was voor een longaandoening en de
grootste voorzichtigheid aanbevolen. Het was mogelijk dat de ziekte van
tamelijk langdurigen aard zou zijn en het was dus niet ongewenscht dat
de pati�nt op een vroolijker kamer lag, ergens waar zij de zon eens
kon zien en niet alleen de kachel warmte bracht. Grootmama opperde
terstond het plan dat haar kamer, die ruim en vroolijk was en aan den
zonnigen tuinkant lag, voor Elsje in orde zou worden gemaakt. Zoo heel
lang zou zij zelf toch niet meer blijven logeeren en buitendien kon
zij heel goed slapen op de logeerkamer, waar de pati�nt nu lag. Deze
werd dus, terdege in wollen dekens gewikkeld, naar het andere vertrek
overgebracht en daar lag zij thans gerust te slapen, terwijl Keetje
nu en dan heel zacht binnenkwam om de kachel te verzorgen en te zien
of de zieke al wakker was en naar haar ontbijt verlangde. Eindelijk
hoorde ze Elsje diep zuchten en met een zwak stemmetje vragen:
"Ben jij daar, Keetje?"
"Ja jongejuffrouw, bent u goed wakker? Zal ik dan uw ontbijt maar
halen?"
Er kwam geen antwoord, zoodat Keetje naar het bed toe ging en haar
vraag herhaalde. Elsje lag nog met gesloten oogen; thans opende zij
die en zei met een lachje:
"Ik ben toch zoo vreeselijk lui. Ik zou best nog een beetje kunnen
slapen."
"Dan zou ik het maar doen ook--straks kom ik wel eens weer naar u
kijken. Kom, doe maar gauw de oogen weer dicht."
"Ja. Maar Keetje...."
"Ja, jongejuffrouw?"
"Hoe is het met allemaal beneden? Goed?"
Keetje zweeg verlegen. Straks zou het arme kind weten wat er niet
"goed" was--hoe moest zij haar vraag beantwoorden?
Maar Elsje maakte het haar gemakkelijk. Zij wachtte Keetje's antwoord
niet af, maar had haar hoofd al weer op het kussen omgedraaid en was
bijna weer in slaap.
Het was omstreeks elf uur, toen ze verkwikt en met een heerlijk
gevoel van flink uitgerust te zijn, opnieuw wakker werd. Met geopende
oogen, maar zich overigens geheel overgevend aan een behagelijke
gewaarwording van zalige rust, bleef ze doodstil in dezelfde houding
liggen, al haar aandacht wijdend aan een vriendelijken zonnestraal,
die onder de neergelaten gordijnen door naar binnen scheen. Ze voelde
zich te zwak en te dommelig op dit oogenblik om er aan te denken,
hoe mooi en lieflijk het thans buiten zijn moest, waar het vroege
voorjaar de kastanjes reeds deed uitbotten en over alles licht en
glans wierp. Het was haar genoeg, warm gekoesterd te mogen rusten in
het ruime, makkelijke bed, dat de lieve oude dame haar had afgestaan
en stil tevreden te zijn, omdat het akelige gehamer en gesis in haar
hoofd en de benauwde pijn op haar borst zich van ochtend nauwelijks
deden gevoelen.
Previous Page
| Next Page
|
|