|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 59
"Stil maar Elsje, stil maar. Wij zijn heel blij dat je er weer
bent. Haal maar eens flink adem. Zoo! Steun nu maar goed op
mij. Tante is binnen. Wij gaan dadelijk naar haar toe. Niet bang
zijn, het is niets, niets. Kom, kom, niet zoo beven! Straks maar
gauw naar bed, he? De warmte zal je goed doen. Arm kind, arme kleine
Roodkapje! Gelukkig dat wij je weer hebben."
"Wat is er, is er bericht?" vroeg de stem van mevrouw d'Ablong
haastig, terwijl de deur der kamer waar zij had zitten wachten,
snel werd geopend. "Toe Frits, kom toch gauw."
"Er is heel goed bericht tante," zei Frits, "ik kom u Elsje zelf
brengen," en een oogenblik later stond hij met Elsje, die er doodsbleek
en zeer bevreesd uitzag, voor Miss Piper en Mevrouw d'Ablong.
"O tante, tante," riep het arme kind, "het spijt me zoo vreeselijk! Het
spijt me zoo vreeselijk! Hier zijn ze weer! Ik dacht dat ze
weg waren gisteravond en toen ben ik weggeloopen in mijn angst,
omdat.... ik.... bang was dat u heel boos zoudt zijn.... maar hier
zijn ze weer!" En snel haalde ze de kostbare parelen uit haar zak
en legde ze haar tante in de hand. Toen begon ze weer over al hare
leden te beven, alles draaide voor hare oogen en met den uitroep:
"Ik ben zoo koud, zoo akelig koud!" viel ze op een stoel neer.
"_She is fainting, she's fainting!_" riep Miss Piper bij haar
neerknielend, terwijl zij uit alle macht Elsje's handen begon te
wrijven; maar flauw vallen deed deze nog niet, hoewel ze zich hoe
langer hoe zieker en akeliger begon te voelen.
"Ik zal me dadelijk gaan verkleeden, tante," zei ze, met een zwakke
poging om op te staan, "och wees maar niet al te boos op mij, het
spijt me zoo vreeselijk, zoo vreeselijk! Het was heel leelijk van me
om weg te loopen, maar ik was zoo bang en toen....
"Niet praten zooveel," zei Miss Piper. "Jij moet nemen een lange rust
en probeeren te slapen."
"Tante, tante, bent u erg boos?" riep Elsje, angstig naar mevrouw
d'Ablong kijkend, die met Frits stond te fluisteren.
"Neen kindje, neen," zei ze, veel te blij dat Elsje er weer was om haar
te kunnen beknorren. "Wind je nu maar niet zoo op. Je bent ziek en je
moet maar dadelijk naar bed. Frits zal naar den dokter gaan, die zal
je wel gauw weer opknappen, hopen we. Maar waar ben je toch den heelen
nacht geweest, toch niet aldoor op straat? Er is z�� naar je gezocht."
Met horten en stooten, veel te moe om geregeld haar wedervaren te
kunnen vertellen en toch niet gerust voordat haar tante alles wist,
deed Elsje haar verhaal, waarbij Miss Piper haar telkens in de rede
viel door te zeggen dat ze "moest probeeren te kalmeeren haarzelf"
en "niet weenen, niet weenen", en "wezenlijk moest nemen een rust
nu." Elsje gunde zich echter geen rust, voordat ze, zoo goed en zoo
kwaad als het ging, haar hart geheel had uitgestort en nauwkeurig
had aangeduid, waar de kruidenier woonde, die haar zoo gastvrij had
geherbergd. Zij was erg bang dat de kruideniersvrouw haar mantel niet
terug zou krijgen en eerst toen haar tante haar vast had beloofd dat
het kleedingstuk nog dien ochtend door den oppasser zou worden terug
bezorgd met een vriendelijk briefje en toen ze nog eens en nog eens
had gehoord dat niemand boos op haar was, liet ze zich overhalen naar
boven te gaan en zich door Keetje, die nu natuurlijk bizonder hartelijk
voor haar was, te laten uitkleeden. Mevrouw d'Ablong bracht haar een
geklopt ei met wijn en ging toen zelf nog wat rusten, terwijl Miss
Piper haar voorbeeld volgde, maar eerst C�cile van alles op de hoogte
bracht, die later, zonder veel medelijden voor Elsje uit te spreken,
alles aan grootmama vertelde, die erg met de arme vluchtelinge te
doen had. De dokter kwam 's middags en constateerde dat Elsje hevig
de koorts had en veel kou had gevat op haar avontuurlijken tocht. Hij
zou den volgenden ochtend weerkomen--er was nu nog weinig van te
zeggen of zij werkelijk ziek zou worden of niet.
De oppasser bracht den mantel, keurig in een doos gepakt, aan de
kruideniersvrouw terug met een eigenhandig geschreven briefje van
mevrouw d'Ablong. Elsje had haar verteld dat zij den naam harer tante
niet had genoemd en ook niet had gezegd waar deze woonde en mevrouw
d'Ablong vond het bij nader inzien ook onnoodig, het kruideniersgezin
daaromtrent thans in te lichten. Zij gebood den oppasser de vrouw
een belooning in geld te overhandigen, niet te zeggen wie hem zond
en schreef het volgende briefje:
"_Elsje's tante zendt u haren vriendelijken dank voor de goede zorgen
en de gastvrijheid, aan haar nichtje verleend._"
Previous Page
| Next Page
|
|