Elsje by A.C. Kuiper


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 58

Daar werd de deur van haar kamertje geopend en de kruideniersvrouw
stond voor haar met Evert aan de hand.

"Goed geslapen, Elsje?" vroeg ze vriendelijk. "Wacht, laat ik die
jurk maar eens even voor je vastmaken. Z��. Maar meisje, wat zijn je
handen ijskoud! Ga maar gauw mee naar beneden, daar begint de kachel
al heerlijk te branden."

"Ik zou eigenlijk graag dadelijk naar huis willen gaan," zei
Elsje. "Kijk, dit was het, wat ik verloren had. Ik dacht dat het
voor goed weg was gisteravond en toen ben ik weggeloopen van tante
in mijn schrik. Maar ik had het niet moeten doen; het was verkeerd
van mij en daarom moet ik nu terstond naar huis--anders wordt tante
bepaald ongerust."

"Maar je moet toch eerst een boterham eten, Elsje, en wat warms
drinken en dan zal mijn man wel dadelijk naar je tante toegaan en
haar zeggen waar je bent. Vertel mij maar even waar ze woont."

"Neen, neen, ik moet zelf gaan en dadelijk," zei Elsje erg gejaagd,
terwijl ze de parelen, die de onschuldige oorzaak waren geweest van
zooveel onrust en angst, in den zak van haar jurk liet glijden. "Ik
moet nu terstond weg, wezenlijk. Ik dank u heel vriendelijk dat ik hier
heb mogen slapen en ... als ik kan, wil ik ook graag eens wat voor
u doen, maar nu moet ik naar tante terug. Is ... is er misschien ook
een oude hoed voor mij en een doek of zoo iets? Ik ben zoo erg koud."

"Waarom heb je je zomerjurk aan?" vroeg Evert, "en waarom ga je
dadelijk weer weg? Blijf je niet met me spelen van ochtend?"

"Neen, neen, nu niet, een anderen keer."

"H�, waarom nu niet?" vroeg Evert weer met een pruilend lipje.

"Stil jongen, niet lastig zijn," zei zijn moeder. "Elsje komt wel eens
gauw weer terug, is 't niet Elsje? Ze moet ons dan nog een heeleboel
vertellen. Waar ze woont en waar ze logeert en hoe haar tante heet
en nog allerlei dingen meer, maar nu gaan we naar beneden."

De goede vrouw was, zooals te begrijpen is, erg nieuwsgierig wie en wat
Elsje eigenlijk was, maar Elsje was veel te zenuwachtig om nauwkeurig
te letten op wat zij zeide en haar te antwoorden en toen ze een reepje
brood gegeten had en een slokje gedronken uit het glas met warme melk,
dat de kruideniersvrouw haar voorzette, stond ze snel van tafel op,
liet zich een ouden, wijden wintermantel van haar gastvrouw aantrekken,
betuigde dat zij het best zonder hoed kon doen, toen er niet dadelijk
een voor haar te vinden was, nam afscheid van het kleine gezin en
liep snel den winkel uit. Evert riep haar nog na of zij niet een nieuw
zakje met rozijnen hebben moest, want zij had hem verteld hoe zij het
vorige was kwijt geraakt, maar zij hoorde hem niet eens meer en liep
op een draf voort, de drukke straat door en de deftige gracht op.

Het was nu acht uur en de melkboeren, bakkers en enkele dienstmeisjes,
die zij tegen kwam, keken haar verbaasd na, terwijl zij in haar
zonderling kostuum voortsnelde. Het was dan ook een wonderlijke
verschijning: die meisjesgestalte gehuld in een vaalbruinen, lakenschen
mantel met ouderwetsche, neerhangende wijde mouwen, die ver over de
handen vielen--daaronder de lichte, in 't oog vallende jurk en de
zijden kousen met de lage, goudlederen schoentjes en het blonde haar,
dat woest in den wind fladderde.

Maar evenmin als den avond te voren stoorde Elsje zich nu aan de
blikken der voorbijgangers; zij liep voort, voort, tot ze eindelijk
geheel buiten adem op de stoep stond van het huis van mevrouw
d'Ablong. De kruidenier had aangeboden haar thuis te brengen, maar
zij had zijn aanbod afgeslagen, overtuigd dat zij veel vlugger zou
kunnen loopen als ze alleen was. Nu ze echter op de stoep stond en
aangescheld had, scheen het haar toe dat ze er niet zoo verschrikkelijk
tegen op zou hebben gezien naar binnen te gaan, als er iemand bij
haar was geweest. In haar hoofd begon het nog harder te kloppen en
klappertandend, rillend en bevend wachtte zij het oogenblik af, dat de
deur geopend zou worden. Lang behoefde zij niet te wachten. De deur
werd met een ruk open gedaan door Frits, die bij iedere schel hoopte
dat er bericht van de politie zou zijn en met smeekende oogen en de
woorden: "O, het spijt me zoo vreeselijk!" liep Elsje de gang in. Op
hetzelfde oogenblik overviel haar zulk een hevige duizeling dat ze
zich onmogelijk staande kon houden en met de handen rondtastend en
een zwakken kreet om hulp, op het marmer neerzakte. In een oogenblik
had Frits haar van den grond getild en zijn arm om haar heenslaande,
zei hij zacht:

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Mon 9th Feb 2026, 0:06