|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 58
Eindelijk richtte hij zich op uit zijne gebogen houding en gaf zijn
dienaars een wenk.
Weer klonk de muziek, doch nu niet wild en bruisend, maar zacht en
droevig. Eene weemoedige stemming maakte zich van de aan wezigen
meester. Daar opende de grijsaard den mond, en met eene heldere,
schoone stem, die iedereen verrukte en die bij zulk een ouden man door
niemand verwacht werd, zong hij het roerende lied van de Jonkvrouw,
die in den vroegen morgenstond haar ridder vermoord in het veld
vond liggen.
"Ach," klinkt dan hare jammerklacht:
"Ach, ligt gij daar verslagen,
Versmoord in al uw bloed?
Dat heeft gedaan uw roemen
En uw vermeetle moed.
Ach! ligt gij daar verslagen
Die mij te troosten placht?
Hoe zal ik u beweenen,
Beweenen dag en nacht!"
De Schoone drukt den drempel
Van 't hooge burchtportaal,
En weeklaagt om haar minnaar
En stort zich in de zaal.
"Ach is hier niemand, niemand,
Noch Heer, noch Edelman,
Die mij nu dezen doode
Ter aarde helpen kan?"
Maar al de Ridders zwegen,
Gevoelloos voor haar lot;
En schreiend keert zij weder
Van 't Vaderlijke Slot.
Zij reinigt hem de leden
Met lokken lang en blond:
Met lelieblanke handen
Verbindt zij wond bij wond.
Zij graaft den Held een rustplaats;
Met eigen blinkend zwaard;
En met haar sneeuwwitte armen
Legt zij hem ne�r in de aard.
Zij zelve luidt de doodklok
Met handen teer en schoon;
Zij zelve zingt de lijkmis
Op zilverklaren toon.
"Nu wil ik, booze wereld,
Uw snood gewoel ontgaan;
Ter eere van mijn liefste
Neem ik den sluier aan."
Bij het einde van het lied zwegen de ridders, niettegenstaande zij
sterk onder den invloed van den vurigen wijn verkeerden. De weemoedige
inhoud van het lied zoowel als de schoone voordracht van den grijzen
minstreel had hen getroffen.
Na eene korte pauze deed de zanger opnieuw de snaren trillen, doch
nu met krachtige hand. Forsch en gespierd klonken de tonen door de
holle zaal. De gestalte van den grijsaard verhief zich en zijne oogen
fonkelden van vuur. Met gloed en warmte zong hij het lied:
De Kruisprediker.
"Op, Christ'nen op! Ontwaakt, te wapen!
De Muzelman trekt in het veld,
Hij dreigt het Kruis met zijn geweld
En zoudt gij, Christ'nen, rustig slapen?
De Turk maakt Jezus' naam te schand,
Trekt op en redt het heil'ge land!
Previous Page
| Next Page
|
|