Fulco de Minstreel: Een historisch verhaal uit den tijd van Graaf Jan I voor jongelieden by Kieviet


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 34

"Wat nu te doen?" mompelde hij, terwijl hij zijn paard in den stap
bracht. "Jongen, Fulco, zoo'n plannetje is vrij wat gemakkelijker
gemaakt, dan uitgevoerd. Ik zie waarlijk geen kans, om in het kasteel
te komen en nog minder, om dat kind in handen te krijgen. En ik moet
voorzichtig wezen ook, want als het me niet gelukt, hangen ze me
ongetwijfeld dadelijk op, en--ik geloof niet, dat zoo iets een
aangenaam gevoel opwekt. Hangen heb ik nooit graag gedaan, vooral
niet aan mijn hals. Maar wacht, daar krijg ik een plannetje. Ik zal
mij uitgeven voor een verrader, die voor eene groote som gelds het
kasteel te IJselstein in handen der vijanden wil spelen. Zoo wordt
de bedrieger bedrogen, en dan hoop ik van harte, dat diezelfde spreuk
later weer niet op mij toepasselijk wordt. In elk geval ben ik dan in
het kasteel en daar zal ik wel weer verder zien. Maar ginds komt iemand
aan. Laat ik voorzichtig wezen. Wel heb ik van mijn leven! Nu mogen ze
me toch werkelijk hangen, als dat geen oude kennis van mij is. Jawel,
zeker, dat is Peer, mijn lieve vriend, de waardige dienaar van een
zeer waardig Heer. Laat zien, wat deze ontmoeting zal opleveren."

Fulco boog zich zijwaarts en hield zich, alsof hij iets aan het tuig
veranderde. Hij was bang, dat Peer hem anders te vroeg herkennen
zou. Daar waren zij elkander genaderd. Fulco keek op.

"H�, dat is oude kennis!" riep hij verheugd uit. "Wel, Peer, het doet
me genoegen, dat ik je nog eens zie. Hoe gaat het je tegenwoordig?"

Peer keek verrast op, maar zijn gezicht stond lang niet vroolijk, toen
hij Fulco herkende. Schichtig keek hij rond, om te zien, of hij dien
hartelijken vriend niet ontwijken kon. Maar Fulco, die dat bemerkte,
sprong vlug van zijn paard en stak hem de hand toe. Peer nam die aan.

"'t Gaat nog al; niet bijzonder!" zeide hij wantrouwend, daar hij zich
Fulco's vriendelijkheid in het geheel niet begrijpen kon. "Hoe kom
jij zoo hier verdwaald?"

"Och, ik ben in 't ongeluk, zooals je weet. Heer Gijsbrecht van
IJselstein is dezen nacht gevangen genomen en nu weet ik zelf nog niet,
wat ik wil. En hoe kom jij al zoo vroeg op weg?"

"Ik verkeer in hetzelfde lot als jij," zeide Peer een weinig geruster,
"ik weet ook nog niet, wat ik wil, maar langer d��r blijven," en nu
wees hij op het kasteel, "dat doe ik stellig niet! Ik heb er genoeg
van, meer dan genoeg. Ik ga heen en word een vrij man, zooals iedereen
tegenwoordig is. Men moet al een mensch wezen als de Heer van Vianen,
om nog lijfeigenen te willen hebben. En hoe behandelt hij ze dan
nog? Erger dan beesten, dat weet ik bij ondervinding!"

En Peer streek zich met een pijnlijk gezicht langs de achterzijde
van zijn lichaam.

"Heeft hij je laten geeselen?" vroeg Fulco levendig, daar zijn
vruchtbaar brein hem plotseling een nieuw plan ingaf.

"Ja, en erg ook. 't Was in ��n woord verschrikkelijk. O, Fulco, ik
kan je niet zeggen, hoeveel pijn zoo iets doet. Maar laat hij zich
wachten voor zijn lijfeigene, want als ik hem nog ooit eens met een
blooten rug onder den geeselriem krijg, zal hij ze dubbel terughebben,
de ellendeling!"

Peer wreef zich weer voorzichtig langs den rug, terwijl hij, zooals
Fulco dacht, alweer precies keek, of iemand hem op zijne eksteroogen
trapte.

"En je waart zeker onschuldig?" vroeg hij met het ernstigste gezicht
van de wereld.

"Als een kind in de wieg," antwoordde Peer, "maar ze hadden mij bij
den Heer belasterd en gezegd, dat ik uit de provisiekamer gestolen
had, en toen liet hij me dadelijk geeselen. Doch wacht maar, Heer
van Vianen, mijn tijd zal ook wel eens komen!"

Peer balde bij die woorden de vuisten.

"Ik geloof waarlijk, dat je het meent, Peer!" riep hij lachend. "Ik
dacht niet, dat jij ook nog kwaad kon worden. Zoo'n goede kerel!"

Peer keek hem opnieuw wantrouwend aan. Zou Fulco dan in het geheel
niet meer aan die nachtelijke aanranding denken?

Fulco raadde zijne gedachten, en vlug eene wending aan het gesprek
gevende, zeide hij:

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Mon 28th Sep 2026, 19:19