|
Main
- books.jibble.org
My Books
- IRC Hacks
Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare
External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd
|
books.jibble.org
Previous Page
| Next Page
Page 28
"Schepen zullen er genoeg zijn, want er is veel handel op Sluis
en Brugge."
Tegen den avond bereikten zij, vermoeid van den snellen rit, op hunne
dampende rossen het zuiden van het schoone eiland Walcheren. 't Werd
ook hoog tijd, want de paarden konden haast niet meer voort. Hunne
vervolgers hadden zij zoover achter zich gelaten, dat zij geheel
uit het gezicht geraakt waren. Maar toch twijfelden zij niet, of die
hadden de vervolging voortgezet enzouden weldra ook aankomen. Terwijl
zij hunne vermoeide paarden meedoogenloos de sporen gaven, reden zij
de kust langs, maar nergens zagen zij eene woning of een vaartuig. 't
Werd hun angstig om het hart, want elke verloren minuut kon hen in de
handen hunner vijanden overleveren. En nu kwam ook nog de duisternis,
die hun weldra belette, ver voor zich uit te zien. De toestand werd
ieder oogenblik gevaarlijker.
Gelukkig, daar kwamen zij iemand tegen. Dadelijk hielden zij de
paarden in.
"Kunt ge mij ook zeggen, goede vriend," vroeg de ridder, "of hier
ergens een veerman woont?"
"Wel zeker, Edele Heer, rijd maar door. Het eerste huis, waar u
aankomt, is dat van den veerman. Ik ken hem heel goed, ziet u, want
zijne moeder is de zuster ...."
"Jawel, jawel," riep de ridder. "Hartelijk dank voor uwe
aanwijzing! Voort schimmel!"
Spoedig bereikten zij de aangewezen woning. Vlug stegen zij van de
paarden en Heer Gijsbrecht opende de deur. Een man trad hem met een
licht in de hand tegemoet, en ziende dat hij een edelman voor zich had,
nam hij zich schielijk de ruige muts van het hoofd.
"Zijt gij de veerman, goede vriend?"
"Ja, Edele Heer. Wat is er van uw verlangen?"
"Kunt ge ons dadelijk overzetten, mij, mijn dienaar en twee paarden?"
De vraag klonk zeker wat gejaagd, want de veerman nam den ridder van
het hoofd tot de voeten op.
"'t Is al laat, Edele Heer! En de wind steekt ook op. Ik kan u van
avond niet meer overzetten. Uwe Edelheid moet wachten tot morgen."
"Dat is onmogelijk, dat kan niet. Ik moet over, verstaat ge, ik moet
en dadelijk ook! Maak spoedig alles gereed. Hoe meer haast ge maakt,
hoe grooter de belooning zal wezen. Maar overgezet moet ik!"
"'t Gaat niet, Heer, 't gaat niet!" zeide de veerman hoofdschuddend,
maar toch met een fijn lachje op de lippen. "Ik mag mijn leven niet
in gevaar stellen; ik heb vrouw en kinderen. 't Is wezenlijk te donker
en bovendien waar het te sterk. Ik kan het niet doen!"
"Dan zal ik u moeten dwingen!" riep de ridder driftig, terwijl hij het
gevest van zijn zwaard greep. "Hoe is het: wilt ge op eene eerlijke
manier eene handvol goudstukken verdienen en daarbij mij van den dood
redden, of moet, ik u met de scherpte van mijn zwaard dwingen? Spoedig,
wat is uw besluit."
"Als de zaak z�� staat, Edele Heer," zeide de veerman tevreden,
nu hij van goudstukken hoorde spreken, "ben ik geheel tot uw dienst."
"Maak dan voort, want mijne vervolgers zitten mij op de hielen. Nog
eens, hoe meer spoed, hoe grooter belooning. Als ge mij redt, zult
ge het u niet beklagen!"
In een oogenblik had de veerman een grooter licht aangestoken en een
dikken wollen lijfrok aangetrokken.
"Ik ben klaar, Edele Heer. Volg me."
Zoo snel mogelijk werd het paard van Heer Gijsbrecht in de breede aak
overgebracht, wat met groote moeite gepaard ging, omdat de schimmel
volstrekt geen lust in een watertochtje scheen te hebben.
Maar pas waren zij daarmede gereed, of Fulco riep:
"Stil! Hoor! Zijn dat geen ruiters, die ik daar hoor aankomen?"
Previous Page
| Next Page
|
|