Elsje by A.C. Kuiper


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 68

Elsje antwoordde niet, maar zij voelde zich diep gekrenkt. Alsof zij
er ooit aan gedacht had om jaloersch op C�cile te zijn en d��rom!

Met een zucht verliet ze de kamer, toen hare tante haar daartoe verlof
gegeven had. Voor de zooveelste maal nam ze zich voor nog meer haar
best te doen om het mevrouw d'Ablong naar den zin te maken en een
beetje van C�cile te gaan houden. Maar het was zoo moeielijk en C�cile
behandelde haar altijd zoo uit de hoogte en zoo onvriendelijk! O,
zij _kon_ niet van haar houden! Toen zij den vorigen dag op Cilly's
kamer gekomen was, om voor 't eerst na den dood harer grootmoeder,
de andere meisjes weer te spreken--waren Cato en Emma en zelfs Loulou
vriendelijk voor haar geweest en hadden een paar hartelijke woorden
tot haar gesproken over haar verlies, maar C�cile was al gauw over wat
anders begonnen en een poosje later hadden de meisjes samen zitten
te fluisteren en te giegelen, terwijl Elsje er stil en verlegen
bij zat. Zij was toen eindelijk maar weg gegaan en naar haar eigen
kamer geloopen, met een gevoel van verlatenheid en bitterheid in haar
hart. Ja, ze was toen zoo boos geweest en zoo hevig ontevreden met
haar lot, zoo vol haatdragendheid tegenover C�cile in haar hart--dat
ze geschrikt was voor zichzelf en in wanhopige droefheid de handen
gevouwen had en uitgeroepen: "Help mij toch, o Heer, ik word zoo
slecht!" En zij had toen zoo naar hare grootmoeder verlangd, zoo
vreeselijk, dat het haast niet uit te houden was geweest.

En nu vandaag--alweer die bittere uitval tegen hare tante! Wat moest
zij beginnen?--Zij was heel, heel anders dan vroeger! Toen had ze
zich zoo zelden ongelukkig gevoeld en o nooit, nooit zoo slecht,
zoo bitter, zoo ontevreden met haar lot! Maar och, toen was haar
leven ook blij en vriendelijk geweest, vol heldere, vroolijke
zonnestraaltjes en eenvoudig, rein genot! En dan kwam daar opeens
met bijna onweerstaanbaren drang, een snakkend verlangen in haar
op naar buiten, naar een lange, frissche wandeling, zooals ze die
vroeger zooveel had gedaan--alleen met de ruime, groote natuur om zich
heen--alleen op de heide, alleen tusschen de dennen, den harsgeur met
wellust opsnuivend--alleen op den vriendelijken, schilderachtigen
straatweg, vanwaar zij het huisje harer grootmoeder reeds uit de
verte kon zien liggen--alleen in de heerlijke, vrije, rijke natuur,
ver verwijderd van alle menschelijke kleingeestigheid!

Iederen dag ging ze een eind wandelen met Miss Piper en C�cile. En zij
zag de knoppen der boomen op de pleinen en langs de grachten zwellen
en ze keek op naar de lucht, waarin het zachtwit der kleine wolken
zoo fraai afstak bij het heldere blauw en ze zag den gouden gloed
der zon op het oude, grijze steen van groote, statige gebouwen en op
het dek der schepen in de gracht en in het tintelende, rimpelende
water en op de bogen der bruggen en ze zag al de vroolijke drukte
van het voorjaar in de bonte uitstallingen der kleedermagazijnen en
in de elegante toiletjes der dames en kinderen in de parken en ze zag
dat de stad mooi was in den lentetooi--maar het verkwikte haar niet;
het was haar als kon zij er niet ruim en diep ademhalen--zij snakte
naar de plechtige stilte en de reine, vroolijke lieflijkheid van het
voorjaar _buiten_.

O, wat waren de straten stoffig en warm en wat was het vol en
luidruchtig in het park, waar C�cile altijd zoo gaarne wandelde! Het
wemelde er van rijtuigen en kinderwagens en bovenal van menschen--allen
keurig gekleed, wandelend naast elkaar, netjes en deftig met
parasols en elegante wandelstokken, of rijdend in fraaie equipages
met livrei. Elsje drukte soms hare handen stijf tegen elkaar in de
glac� handschoenen om zichzelf te dwingen, bedaard naast Miss Piper
te blijven loopen.

Met een bijna woeste hartstochtelijkheid kwam er dan een verlangen
over haar, om de nette, ge�ffende paden langs te hollen in vroolijk
huppelenden draf en het park uit te loopen naar buiten, ver buiten
de stad, naar de weide in het verschiet met de goudgele, glanzige
dotterbloemen, waar het gegons der blijde insecten niet vermengd
was met het geluid van schelle menschenstemmen. En o, om daar dan
de pijnlijk knijpende, nauwe knoopjeslaarzen te mogen uittrekken,
den breeden vilten hoed aan den arm te hangen, de fluweelen jurk uit
te doen en met bloote armen in haar onderlijfje rond te loopen en
adem te halen uit ruime borst in de heerlijke, geurige, reine lucht
en dan neer te vallen op het fluweelzachte, groene gras, te liggen
kijken naar de blauwe, blauwe lucht en met hare handen het frissche,
malsche gras te voelen. Naar buiten, naar buiten!

En dan hoorde ze de vriendelijke stem van Miss Piper naast zich:

"Moe, Elsie? Wou je lijken te gaan huiswaarts? De lucht is te heet;
het is te veel voor je."

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Mon 9th Feb 2026, 23:51