Het land der Bagas en de Rio-Nuñez by Coffinières de Nordeck


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 1

Het klimaat is zeer ongezond, vooral in November en December; maar in
elken tijd des jaars behoort deze kust tot de heetste streken van het

bezocht. Opmerkelijk is het voorts, dat te allen tijde de streek
hoogerop langs de rivier meer beschaafd en ontwikkeld is geweest
dan aan haar mond. Zeer waarschijnlijk is dit verschijnsel, hetwelk

afschaffing van den slavenhandel leverden de landstreken hoogerop langs
de rivier een zeer belangrijk contingent; later zetten de slavenhalers
hun bedrijf in stilte voort, geholpen door de vele schuilhoeken, die
de talrijke wateren en hunne vertakkingen overvloedig aanbieden. De
blanken drijven nu wel geen handel meer in slaven, maar de negers
zelven gaan daarmede ongehinderd voort. Het is ook onmogelijk hun dit
te beletten; trouwens de slavernij behoort sedert eeuwen en eeuwen

daar iets onrechtvaardigs of ergerlijks in, en een negerslaaf zou
zich zeker ten uiterste verbazen, indien hij wist en verstond, welke
gevoelens en gewaarwordingen europeesche dichters en romanschrijvers
hem en zijn lotgenooten alzoo hebben toegedicht.

Gedurende de maanden December tot Mei wordt tegenwoordig een andere,
minder bedenkelijke handel gedreven, namelijk in stoffen, ijzerwerk
en andere produkten der fransche nijverheid, die tegen caoutchouc,
palmolie en oliehoudende zaden worden ingeruild. De negers zijn ten
eenemale ontbloot van artistieken smaak: aan goedkoope artikelen
geven zij steeds de voorkeur boven andere, die fraaier en deugdzamer,
maar duurder zijn. Onze kooplieden hebben dan ook een harden strijd
te voeren tegen hunne engelsche concurrenten.

De geheele streek langs de rivier is doorsneden door een tal van
stroompjes en wateren, zoogenaamde _marigots_, die een schier
ondoordringbaar net vormen en met de eigenlijke rio verbonden
zijn. Eb en vloed brengen voortdurend wijziging in de richting en den
loop dezer wateren; voor een groot deel loopen zij bij ebbe droog,
niets meer achter latende dan eene beek van modder, ter weerszijde
door wortelboomen omzoomd. Deze boomen met hun zonderlinge, boven
den grond uitstekende wortels, die een zoo eigenaardig effect maken,
groeien langs alle wateren van het land; als het water gezakt is, zien
zij er uit, alsof zij van onderen door een tuinman met zorg gesnoeid
waren, want de bladeren vormen een horizontaal vlak, overeenkomende
met den hoogsten waterstand. Kaimans en witte reigers schijnen de
eenige bewoners dezer wildernissen.

Dringt men, met den vloed, met een licht bootje verder in een dezer
kreeken door, dan bespeurt men soms ook nog andere boomen, met name
palmen, wier bladerkronen zich hoog in de lucht verheffen, of wel
reusachtige wolboomen, wier takken zelfs nog boven de hoogste palmen
uitsteken. Daar kan men er ook bijna zeker op rekenen, menschen
te zullen aantreffen. Nabij de monding der rivier wonen de Bagas;

het binnenland, vindt men de Landoemans; bij de bronnen der rivier
eindelijk wonen de Foelahs, wier gebied zich uitstrekt tot den Senegal,




II



punt waar de monding aanvangt, een rooversnest, waarvan de bewoners
den handel grootelijks bemoeilijkten en benadeelden. Dat was Catinoe,


Aubert, verdreven en doodden die bandieten en verbrandden hunne

had kommandant te zijn; afgezonden om de andere schepen te helpen,
maar bij onze komst was alles reeds afgeloopen, en bleef ons niets
anders over dan het voeren der diplomatieke onderhandelingen, om den
koning der Naloes, Yoera Towel, ook door de andere stammen te doen
erkennen; wij moesten voorts de grenzen bepalen tusschen het gebied

onophoudelijk getwist werd; eindelijk moesten wij trachten de geheele
landstreek onder fransch protektoraat te brengen. Deze zending, die
ons door den luitenant-gouverneur, den heer Bayol, was opgedragen,
opende ons eene uitmuntende gelegenheid om de inboorlingen dezer
streken van nabij gade te slaan en te leeren kennen.

Nu wij het tooneel onzer werkzaamheid vluchtig hebben aangeduid,
mogen wij ook wel iets zeggen van het schip.

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Sun 15th Sep 2019, 16:34