Reis in Nepal by Gustave le Bon


Main
- books.jibble.org



My Books
- IRC Hacks

Misc. Articles
- Meaning of Jibble
- M4 Su Doku
- Computer Scrapbooking
- Setting up Java
- Bootable Java
- Cookies in Java
- Dynamic Graphs
- Social Shakespeare

External Links
- Paul Mutton
- Jibble Photo Gallery
- Jibble Forums
- Google Landmarks
- Jibble Shop
- Free Books
- Intershot Ltd

books.jibble.org

Previous Page | Next Page

Page 1


Delhi, Calcutta en andere, aan de groote spoorweglijnen gelegen,
bezocht hebben, kunnen zich geen denkbeeld vormen van de moeilijkheden
en bezwaren, aan een ontdekkingstocht in Hindostan verbonden. De
belangrijkste monumenten liggen voor het meerendeel te midden van
woeste jungles, waar het wemelt van wild gedierte en waar hoegenaamd
niets te vinden is van hetgeen men voor zijn onderhoud behoeft. Ge
moet dus alles zelf medenemen: van het meel om uw brood te bakken
tot alle benodigdheden voor het kamp. Om al deze bagage te vervoeren,
staat u geen ander middel ten dienste dan de olifanten of de paarden,

staat zijn u te bezorgen. Den aan zich zelven overgelaten reiziger is
feitelijk de mogelijkheid afgesneden om zich van de aangewezen banen
der groote wegen of der spoorlijnen te verwijderen. Dit is mede een

zijn, zelfs bij de in het land gevestigde Europeanen. De monumenten
van Ajoenta en Kharoejao, om alleen maar van de beroemdste te spreken,
worden hoogstens door een enkel reiziger per jaar bezocht. Oedeypoer,
eene van de merkwaardigste hoofdsteden der indische vorstenlanden, ziet
ongeveer om de drie jaar een Europeaan binnen hare muren verschijnen.

Door de afwezigheid van den engelschen gezagvoerder te Motihari, kon ik
niet dan met moeite een veertigtal ellendige kerels bijeenbrengen, die
mij als dragers zouden dienen. Zeker had ik niet gaarne in Europa, op
een eenzamen weg een dier lieden ontmoet, in wier gezelschap ik nu vele
dagen en nachten zou moeten doorbrengen te midden der wildernissen van
de Himalaya. Maar op mijne verre zwerftochten had de ondervinding mij
geleerd, dat zekere fatalistische berusting nog de beste wijsbegeerte
is: ik nam dus nu ook genoegen met mijn onpleizierig gevolg.

In de eerste dagen van Januari 1885 vertrok ik van Motihari. De afstand
van deze stad tot Khatmandoe bedraagt ongeveer honderd-drie-en-zestig
kilometers; de weg loopt voor verre het grootste gedeelte over

zuiden begrenzen. Men doet de reis gedeeltelijk in een palankijn,
gedeeltelijk in eene soort van hangmat, _dandy_ genaamd, welke door
vier mannen gedragen wordt, die op smalle paden, zoo noodig, op eene
rij achter elkander kunnen gaan. Het aantal dragers, dat men voor
de geheele reis noodig heeft, bedraagt zoowat veertig, want men moet
alle behoeften medenemen, aangezien onderweg niets te bekomen is. Zij
loopen voortdurend op een draf en wisselen, al loopende, elkander om
de vijf minuten af.

Het gevaarlijkste gedeelte van de reis is buiten kijf het dichte,

Himalaya. Wanneer men des nachts door dit woud trekt, steekt men
een aantal flambouwen aan, om de wilde dieren, die hier buitengemeen
talrijk zijn, op een afstand te houden. Het woud begint bij het dorp
Semelbasa. Mijne dragers, voorgevende dat zij flambouwen gingen koopen,
lieten mij een ganschen nacht in het bosch alleen: zeker in de hoop dat
de tijgers en panters den reiziger zouden verslinden, maar de zakken
met roepijen, die hij bij zich had, ongedeerd zouden laten. Ik stak
een aantal kaarsen op, en stelde mij daardoor in veiligheid tegen
het verscheurend gedierte. Mijn beschermengel behoedde mij voor de
kwaadaardige miasmen, waarvoor ik banger was dan voor tijgers. Ik
gebruikte den palankijn als lessenaar en bracht den nacht schrijvende
en lezende door, om toe te zien dat de kaarsen niet uitgingen; en
toen tegen den morgen mijne vriendelijke dragers terugkwamen om te
zien of er nog eenige kluifjes van den Europeaan waren overgebleven,
bracht ik hun met korte maar krachtige woorden aan het verstand,
dat een revolver een uitmuntend middel is om onwillige koelies tot
hun plicht te brengen.

De twee passen van de Himalaya, die men moet overtrekken om de

zijn buitengewoon lastig en moeilijk. Bij herhaling voert de tocht
over uiterst smalle paden, in de steile bergwanden uitgehouwen, en
waarnevens diepe afgronden gapen. Het prachtig panorama echter, dat
zich op deze hoogten voor het oog ontrolt, gaat alle beschrijving te
boven. De half in wolken gehulde, schemerende toppen van de Himalaya,
waarboven de reusachtige massa van den Gaurisankar oprijst, vormen
in het rond eene stralende kroon van smettelooze sneeuw, terwijl
beneden groene wouden en bloeiende valleien zich uitstrekken. Bij
dit ontzaglijk grootsche tooneel vergeleken, schijnen de schoonste
landschappen van Zwitserland welhaast eene theaterdekoratie.

Na de laatste bergketen te zijn overgetrokken, zagen wij voor onze
voeten de vallei, waar, binnen een betrekkelijk klein bestek,
de hoofdstad en de voornaamste steden van het land schier naast
elkander zijn gelegen. Deze vallei is bij uitnemendheid vruchtbaar. De
berghellingen waarlangs wij afdaalden, nu en dan snelvlietende beken
doorwadende, waren met de schoonste boomen bedekt. Tusschen dit
weelderig groen verscholen zich een aantal dorpen, die met hunne
kleine tempeltjes, hunne fraai gesneden houten huisjes, bijna den
indruk maakten van eene verzameling van pagoden.

Previous Page | Next Page


Books | Photos | Paul Mutton | Sun 22nd Sep 2019, 16:42